De Zwaarden van Jezus (via ghurabalbayn)

In Niet Naar Santiago en Weer Terug is een van de onderwerpen het intrinsieke geweld van het christendom. Een heikel onderwerp voor een religie die claimt de waarheid te bezitten en de liefde te prediken. Toch is dat geweld redelijk consistent aanwezig. Vandaag kwam ik een artikel van ghurabalbayn tegen wat precies daar over gaat. Grieks en latijn is voor specialisten. Ik laat het artikel hier zien omdat het gaat over het geweld in het christendom, maar zeker ook over de moeilijkheidsgraad van de vertalingen van oude teksten en de daarmee samengaande eenvoud tot manipulatie.

U kunt het artikel bij ghurabalbayn lezen, maar omdat het internet vluchtig is heb ik het hieronder onverkort weergegeven.

De zwaarden van Jezus

Er wordt vaak een tegenstelling opgebouwd tussen het christendom als vredelievende en de islam als oorlogszuchtige godsdienst. Dit is om te beginnen onzin, omdat godsdiensten geen levende wezens zijn die ergens van kunnen houden of ergens een hekel aan hebben. Maar ook ligt er een wat eenzijdige visie op Jezus aan ten grondslag. Deze timmermanszoon uit het Noorden van Palestina was immers aanvoerder van een troepje gewapende rebellen. Omdat het niets werd met de opstand en de gewelddadige actie beperkt bleef tot een keertje reltrappen in de tempel1 en het afslaan van welgeteld één oor,2 zijn Jezus’ aanhangers, toen hij zelf op smadelijke wijze ter dood was gebracht, de vlucht naar voren ingeslagen en hebben voortaan alleen nog maar zijn woorden, wonderdaden en vredelievendheid benadrukt. Maar het Nieuwe Testament bevat nog sporen van die oorspronkelijk agressiviteit: Jezus kwam ‘niet om vrede te brengen, maar het zwaard’ 3 en hij komt nog eens terug ‘met een ijzeren herdersstaf’4. Het vreemdst is de passage in het evangelie van Lucas, die ik hier laat volgen in de Nieuwe Bijbelvertaling:

Daarna zei hij tegen hen: ‘Toen ik jullie uitzond zonder geldbuidel, reistas en sandalen, kwamen jullie toen iets tekort?’ ‘Niets!’ antwoordden ze. Hij zei: ‘Maar wie nu een geldbuidel heeft, moet die meenemen, evenals zijn reistas, en wie er geen heeft moet zijn mantel verkopen en zich een zwaard aanschaffen. Want ik zeg jullie: wat geschreven staat moet in mij tot vervulling komen, namelijk: “Hij werd gerekend tot de wettelozen.” Inderdaad, nu wordt voltrokken wat over mij gezegd is.’ Ze zeiden: ‘Kijk Heer, hier zijn twee zwaarden.’ Maar hij zei tegen hen: ‘Genoeg hierover!’5

Die laatste zin bevalt mij niets. Het Grieks erbij gehaald en ziedaar: het ‘maar’ is niet nodig; Ho de eipen: ja, de kan ‘maar’ betekenen, maar het kwam in het voorafgaande ook al twee maal voor, waar het niet met ‘maar’ werd vertaald. De tegenstelling is hier door de vertalers aangebracht. Hikanon estin betekent gewoon ‘het is genoeg’. De aangeboden vertaling is eigenlijk al een interpretatie. Onmiddellijk na de vermelding van ‘twee’ ligt het meer voor de hand te denken aan: ‘dat is genoeg, dus: twee is genoeg’.

Nu komt u misschien meteen aan met de stoomwals van twintig eeuwen christelijke exegese, die ook in de vertaling doorwerkt, en zegt dat deze passus juíst wil laten zien hoe Jezus zich distantieerde van het geweld en de weg naar vrede en liefde insloeg; amen!
We blijven echter zitten met de merkwaardige inconsequentie in de passage. De jongens krijgen eerst opdracht zwaarden aan te schaffen, zelfs als dat ten koste van hun winterkleding gaat. Dan zeggen ze: kijk, we hebben er [al/pas?] twee, en daarop zegt Jezus ineens: dat is genoeg.
Hier klopt iets niet. Je zou verwachten: dat is niet genoeg. Wat is nou twee zwaarden? De grotere knokploeg van Judas blijkt er later ook meer te hebben, en nog knuppels bovendien.6 En als twee genoeg was, waartoe dan die dramatische aansporing om zelfs de jassen te verkopen? Is de tekst corrupt? Nee, volgens de tekstkritische editie van het Nieuwe Testament van Nestle & Aland zijn álle handschriften het eens over de lezing ‘het is genoeg’. Het is niet gepast om tegen alle handschriften een andere lezing te willen doorzetten, dus daar moet het bij blijven.7
En toch is het raar. Als de aanblik van die povere twee zwaarden voor Jezus opeens de aanleiding was om ter plekke van gewapende actie af te zien, bij gebrek aan perspectief, dan had de formulering toch een andere kant op moeten gaan: okay, dat wordt niks jongens, we geven het op, of iets dergelijks.
Hoe dan ook, we krijgen een ander beeld van Jezus dan het gangbare vredelievende. Want ook slechts twee zwaarden wijzen op een clubje opstandelingen. Zwaarden waren duur; de doorsnee Palestijnse burger zal er geen gehad hebben. Wat moest een stel brave luitjes die een boodschap wilden verkondigen met die dingen?

Zonder twijfel hebben Nieuwtestamentici en oudheidkundigen over deze onderwerpen al honderden boeken volgeschreven, maar die heb ik niet gelezen. Ik maak gebruik van mijn recht die oude teksten als argeloze burger nog eens opnieuw te lezen.

NOOT
1. Matteüs 21, 12-13, Marcus 11, 15-19, Lucas 19, 45-48, Johannes 2, 13-22.
2. Matteüs 26:51, Marcus 14:47, Lucas 22:50-51, Johannes 18:10–11.
3. Matteüs 10:34.
4. Openbaring 2:27.
5. Lucas 22:35–38.
6. Matteüs 26:47.
7. ἱκανον ἐστιν. Allen Codex Bezae heeft ἀρκει; dat betekent ook ‘het is genoeg’. Nergens staat er ‘het is niet genoeg’. Mijn uitgave van Nestle/Aland dateert van 1960; ik zal nog een nieuwere raadplegen, maar verwacht daar niets van.

Geef een reactie