A Testimony Of Carolingian Rule

De Karolingers en met name Karel de Grote, zijn belangrijk geweest voor de kerk en voor Europa. Niet voor niets besteed ik er in Niet Naar Santiago flink wat aandacht aan. Via de Karolingers heeft de kerk  de aanzet gegeven tot de integratie van kerk en staat, kerk en militarisme, kerk en geweld. Een integratie, die er daarvoor niet was en die zijn beslag zou krijgen in de sociale constructies waaruit de kruistochten konden worden georganiseerd en ondersteund.

In een proefschrift, waar ik al eerder op wees,wordt beschreven hoe het beeld dat we hebben van Karel de Grote, een welbewust gecreëerd beeld is door middel van propaganda. Toen ik onlangs werd gewezen op een proefschrift, dat ging over een getuigenis van de Karolingische heerschappij, was ik geïnteresseerd.

A Testimony Of Carolingian Rule is het proefschrift van Dorien van Espelo uit 2014, te lezen als Open Access version via Utrecht University Repository. De ondertitel is: The Codex epistolaris Carolinus as a product of its time. De codex wordt hierna gerefereerd als CC.

Het proefschrift is een hoogst technische, historische analyse, niet eenvoudig leesbaar of interpreteerbaar, van met name het voorwoord en de lemmata die bij het schrijven – de lemmata wellicht bij het kopiëren – zijn toegevoegd bij de pauselijke brieven. Ik kan en wil niet te gedetailleerd op het proefschrift in gaan, daarvoor is het te technisch. Maar ik heb na het lezen wel een paar opmerkingen die ik toch hier wil vermelden in relatie met Niet Naar Santiago.

  1. Hoofdstuk 2 is gepubliceerd als kortere versie: A Testimony of Carolingian rule? Merk het vraagteken in de titel op.
  2. Het voorwoord van de CC is met vertaling opgenomen in hoofdstuk 2, de lemmata zijn opgenomen in een appendix zonder vertaling. De brieven uit de CC zijn niet opgenomen. Het is zeer lastig – ik denk voor zowel professionals als voor amateurs als ondergetekende – het proefschrift te lezen en te interpreteren zonder de vertalingen als men geen latijn kent. Met name de lemmata spelen een cruciale rol in de argumentatie of de CC een getuigenis is van de Karolingische heerschappij.
  3. De CC bevat brieven van met name de tijd van Karel Martel (grootvader), Pepijn de Korte (vader) en Karel de Grote zelf. De CC wordt samengesteld in 791. Daarmee is de CC een weergave van de tijd van de Merovingers en de opkomst van de Karolingers en naar mijn mening minder van de Karolingische heerschappij. Het is een vastlegging van hoe de Karolingische heerschappij tot stand is gekomen.
  4. De datering van de enige bestaande kopie – en dus bestudeerde – van de CC is tweede helft van de 9e eeuw. Dat wil zeggen in de periode van de opkomst van de Capétiens en de problemen van het desintegreren van het Karolingische rijk en de daarmee wegvallende steun van de Roomse kerk voor de Karolingers1.
  5. De CC moet geschreven en gekopieerd zijn door geestelijken.

Ik heb in Niet Naar Santiago uitgebreid beargumenteerd, dat de kerk bewust zichzelf deel heeft gemaakt van de samenleving, van het leger, van de macht. Met name van de Karolingische macht. Een integratie van kerk en staat.

Detail timpaan abatiale te Conques

Detail timpaan abatiale te Conques

Het initiatief lag bij de kerk.

Vergelijk ook het timpaan van de abbatiale in Conques waar Karel de Grote wordt afgebeeld aan de hand van de geestelijkheid2. De kerk leidt de wereldlijke macht.

Dit proefschrift probeert het tegendeel te bewijzen, in elk geval door de Karolingers een sterke onafhankelijkheid van die kerk toe te dichten. Ik heb Dorien dan ook de vraag gesteld: Is de CC is niet meer een uiting van kerkpolitiek dan van Karolingisch gedachtegoed, impliciet stellend dat dat mijn hypothese en mijn uitgangspunt in Niet Naar Santiago en Weer Terug is. Dat laat overigens onverlet dat het samenstel, dat de CC is, natuurlijk gebruikt kan zijn voor politieke uiting en doeleinden.

We zijn niet uitgekomen op een beantwoording van die vraag. Maar ik wijs toch graag op de volgende fragmenten (mijn argumenten en vragen) uit die schriftelijke discussie :

Maar waarom zou Karel (en zeker ook zijn bisschoppen) überhaupt communiceren met de bisschop van Rome als de bisschoppen om hem heen gelijkwaardig van macht waren? Waarom zou Karel Rome ontzetten van de Lombarden als hij daar geen belang zag? Waarom zou hij zich uiteindelijk keizer laten kronen door de bisschop van Rome? Het is een bevestiging van macht door een andere macht die de Karolingische bisschoppen hem blijkbaar niet konden geven.

[…]

Of bronnen de machtsuiting en het machtsinitiatief van de kerk (eenduidig) kunnen tonen vanuit de bronnen? Ik weet dat niet zeker, ik ben hier gehandicapt want ik ken de meeste bronnen niet, dat is het tekort van de geïsoleerde amateur die ik ben, maar ik heb de overtuiging dat dat wel zou moeten kunnen (ik zie mijn boekje dan ook als een uitgebreide hypothese). In 1302 schrijft Bonifacius VIII zijn fameuse bul Unam Sanctam waarin hij het recht op zowel het geestelijk als het tijdelijk zwaard claimt.  Dat soort teksten komt niet uit de lucht vallen, daar gaat een proces aan vooraf.

[…]

Om […] te pareren: ik realiseer me zeer goed dat we het hebben over het proces van macht, van invloed uitoefenen. Juist daarom is die vraag van wie het gedachtegoed is van belang.

Het proefschrift is erg technisch voor niet-ingewijden. Het ontbreken van de vertalingen van de lemmata en de brieven zelf is een echt gemis. Het maakt het lastig tot onmogelijk om inhoudelijk er echt iets over te zeggen. Dat is jammer want juist de wijze waarop de kerk haar invloed heeft gebruikt om de wereldlijke macht te kunnen gebruiken voor haar doelen, is interessant.

In die zin maakt de ontoegankelijkheid van het boek de discussiewaarde van het proefschrift, over juist die vraag van het hoe en wat van de Roomse kerk, minimaal. Een gemiste kans maar wellicht gewoon inherent aan een wetenschappelijk werk.


Voetnoot 1) In de naloop van deze oefening, kwam ik een boek tegen uit dezelfde school van Rosamond McKitterick, dat handelt over juist die periode van de desintegratie van het Karolingische rijk: Kingship and Politics in the Late Ninth Century – Charles the Fat and the End of the Carolingian Empire van Simon MacLean. Vervolglectuur.

Voetnoot 2) Iogna-Prat zet daar een vraagteken bij zonder verdere verklaring. Letterlijk: […]au tympan de Conques, où un roi couronné (Charlemagne?) et porteur de son sceptre figure dans la troupe des élus […] Dominique Iogna-Prat, La Maison Dieu, pag 494. Ed. du Seuil, 2006.

Geef een reactie