De Schoenendoos

Hoe mijn boekje een combinatie van toevalligheden en realiteit van menselijke herinneringen in verbinding brengt en een verrassing over afstamming, kleinoden en een verloren liefde van een oom in het daglicht brengt in een toegestuurde schoenendoos.

Het begin

Toen ik in 2005 mijn boekje publiceerde had het in kleine kring wat aandacht en werden er in korte tijd een kleine tweehonderdvijftig exemplaren verkocht, merendeels via het internet. Een van de kopers (in 2006 of 2007) was Truus Rottier-Nijssen die getrouwd was met ene Hans Rottier. Ze had van mijn boekje gehoord en vroeg zich af of we familie waren. Dat bleken we uiteindelijk niet te zijn – althans niet voor zover we konden verifiëren – maar ze kocht wel mijn boekje en las het. In het boek had ik een dankwoord voor mijn broer Peter Rottier en voor mijn neef Paul van Emmerik. Dat was het begin. En dat bleek cruciaal.

De grote stap

Op 12 oktober 2010 kreeg ik een email van Truus, die die ochtend gebeld was door een mevrouw Marieke Roos (meisjesnaam Lucassen) van 78 jaar (dus van 1932).

Marieke was op zoek naar een Frans Rottier (van 1929) waarmee zij in de jaren vijftig verloofd was geweest en het enige dat zij nog wist was dat Frans tijdens hun verloving in Den Haag woonde. Om die zoektocht vorm te geven was ze bezig het lijstje Rottier uit het telefoonboek af te werken. En zo was ze bij Truus gekomen.

In eerste instantie was de reactie van Truus : ‘nou nee, dat is mijn man niet, dat zijn wij niet, u heeft de verkeerde’. Maar ze raakte aan de praat met Marieke en Marieke vertelde. Ze vertelde over het pakketje dat Frans achter had gelaten toen hij naar Frankrijk vertrok. Dat pakketje bevatte persoonlijke spullen van Frans en o.a. geboortekaartjes van de kinderen van zijn broer.

En dan gebeurt er iets.

Marieke vertelt aan Truus wat er op de kaartjes staat. En Truus vertelt dat aan mij: ene Jan Rottier en Marie Rottier-van Emmerik geven in 1956 kennis van de geboorte van hun zoon Hans. Daarnaast zijn er ook geboortekaartjes van dochter Ria en andere zoon Peter.

Bij Truus maalt het even. Dan de herkenning: Rottier en van Emmerik. Het is een combinatie van namen die ze kent en even later kan verifiëren: in mijn boekje komen de namen bij elkaar. Peter en mijn neef Paul van Emmerik worden genoemd op de opdrachtpagina. En drie jaar na dato kan Truus zich dat herinneren. Ze rondt het gesprek met Marieke af en zegt dat ze wat dingen uit wil zoeken, maar dat ze wellicht kan helpen. Even later schrijft ze mij een email. Of ik bekend ben met de gegevens en of ik een Frans Rottier ken.

De data kloppen. Het geboortekaartje van mijn oudste zus ontbreekt – Frans en Marieke kenden elkaar nog niet – en mijn jongste zusje was nog niet geboren. Ze hebben vier tot vijf jaar een relatie gehad. Frans Rottier is de derde zoon van mijn grootouders, broer van mijn vader.

En dan?

De ervaring is prikkelend. Mijn hersens versnellen: hoe is het mogelijk? De weg die de informatie aflegt. Een vrouw, ex-verloofde van mijn oom, zoekt en komt bij iemand terecht, die in Den Haag woont en die mijn boekje heeft gekocht omdat het geschreven is door een Rottier.

Truus (ik ben haar eeuwig dankbaar) heeft het geheugen en de helderheid van geest om door te vragen en te combineren: de naam van Emmerik (van mijn moeder en mijn neef) en de naam Rottier (van haar, van mij, van mijn vader en van zijn broer).

De combinatie van de zoektocht van Marieke en de oplossing tot het vinden van mij door Truus via mijn boekje is verbazingwekkend. Adembenemend. Ik krijg er nu – na acht jaar – nog steeds kippenvel van.

Marieke is de ex-verloofde van mijn oom Frans. Ik beloof Truus mijn oom te bellen, te informeren en te vragen of hij contact met Marieke op wil nemen. Dat gesprek is teleurstellend: Frans zegt zich haar niet te herinneren en wil haar ook niet ontmoeten. Hij heeft vijf jaar een relatie met haar gehad en ontkent dat. Ik ben verbijsterd.

Ik bel  Truus – die als tussenpersoon blijft functioneren – met die mededeling en ze informeert Marieke. Die reageert gelaten en rustig. Het is een continuering, ze heeft er vrede mee. Maar ze heeft wel wat spullen die Frans had achtergelaten voor haar toen hij naar Frankrijk vertrok om nooit meer van zich te laten horen. Wat moet ze daar mee. Zal ze ze naar mij sturen? Ik ben uiteindelijk de dichtstbijzijnde relatie van Frans die ze kent en via mij is het contact gelegd.

Zo gezegd zo gedaan en een week later krijg ik een schoenendoos met spullen toegezonden op mijn adres in Frankrijk. Het is familiegeschiedenis. Spullen van mijn overgrootouders, grootouders en oom. Foto’s uit de jaren 20. Pensioenbonnen van mijn oom Frans uit de jaren 50. Enorm.

Ik bel Marieke om haar te bedanken en excuseer mijn oom Frans. Ik kan niet begrijpen, waarom hij het bijzondere van de zoektocht niet wil zien en haar niet wil spreken. Wellicht een schaamte voor het feit dat hij nooit(!) meer van zich heeft laten horen. Marieke vindt het goed, ze heeft blijkbaar de last afgelegd, haar opdracht volbracht en kan verder.

Het boek heeft een weg afgelegd en mij iets gegeven.

Nu heb ik de schoenendoos.
Familiegeschiedenis.
Ik moet nog even denken wat ik daarmee ga doen.

De nazit

De schoenendoos bevat onder andere foto’s van het leven van mijn grootouders als kolonialen in Indonesië (op Sumatra bij Medan). Die foto’s heeft mijn grootvader eigenlijk na de crisis van 1929 nooit meer willen zien en in Frankrijk waren ze in het ongerede geraakt. Ze hebben hun eigen kleine geschiedenis.

Envelop Le Rouret

Envelop Le Rouret

Bij de verhuizing terug naar Nederland, in verband met de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog, was een envelop met de foto’s – op bijna A4 formaat – achtergebleven in het huis in Le Rouret. In 1953 is mijn oom Wim (Guy Rottier) terug gegaan naar Frankrijk om daar architectuur te gaan studeren (bij o.a. Le Corbusier) en in 1959 volgt Frans hem. Frans (wellicht met Wim) gaat terug naar Le Rouret. Blijkbaar heeft hij gezocht en gevraagd. Op de enveloppe van de foto’s schrijft hij: ‘retrouvé le 7/6/’59 au Rouret local Poméro’. Terug in Nederland besluit hij definitief naar Frankrijk te gaan en geeft zijn laatste familiespullen aan Marieke. De envelop met foto’s die twintig jaar in Le Rouret verloren was gewaand, verdwijnt weer voor vijftig jaar in een schoenendoos voor de vergetelheid. Frankrijk was in die tijd nog heel ver weg.

NB: Over de familiegeschiedenis, de oorzaak van de vele verhuizingen van mijn grootouders (Nederland, Indonesië, Frankrijk, Nederland) en de oorzaak van de verdeling van vier broers over Nederland (mijn vader Jan en zijn jongste broer Rob) en Frankrijk (Wim en Frans), is veel te zeggen. Daar wordt wellicht later meer over geschreven. Het hangt zijdelings samen met alles rond mijn boekje en er wordt ook door anderen aan gewerkt.

De inhoud van de Schoenendoos

De inhoud van de schoenendoos ziet u deels hieronder. Foto’s van Marieke en Frans heb ik niet gepubliceerd vanwege privacy, net zo min als enkele foto’s van het huis van mijn grootouders in Indonesië omdat die niets toevoegen aan de andere foto’s. Schooldiploma’s van Frans heb ik ook maar weggelaten.

Geef een reactie