Drijfhout / Driftwood

Soms dwarrel je rond over het internet en komt je iets tegen dat je raakt. Zo ook vanochtend en dus blog ik dat maar even. Een historicus – Charles West @Pseudo_Isidore – riep iets op twitter :

Die verwijzing naar de Slate Star Codex hield mij een paar uur bezig en begon met het zeker vijf keer herlezen van de openingszin van Were There Dark Ages?:

[Warning: non-historian arguing about history, which is always dangerous and sometimes awful. I will say in my defense that I’m drawing off the work of plenty of good historians like Bryan Ward-Perkins and Angus Maddison whom I interpret as agreeing with me. And that the people I am disagreeing with are not historians themselves, but other non-historians trying to interpret historians’ work in a popular way that I interpret as wrong. And that as far as I know no historian believes non-historians should never be allowed to talk about history if they try to be careful and cite their sources. Read at your own risk anyway.]

Ik kon daar aan relateren, het heeft betekenis.

Nu is een openingszin ook maar zoiets, dus ik las verder in de Slate Star Codex (een blog van Scott Alexander, psychiater aan de Amerikaanse westkust). Na Were There Dark Ages? begon ik bij het begin. Op een blog van een psychiater, dat in 2013 begon, houdt dat in dat er heel veel tekst voor je ligt. Ik kan nu al zeggen, dat ik dat niet allemaal ga lezen maar enkele fragmenten uit de opening laat ik hier nu volgen. Daarna bent u op uzelf aangewezen.

Absurdity is the natural human tendency to dismiss anything you disagree with as so stupid it doesn’t even deserve consideration. In fact, you are virtuous for not considering it, maybe even heroic! You’re refusing to dignify the evil peddlers of bunkum by acknowledging them as legitimate debate partners.

Voor zover mijn indruk juist is, al heeft deze uitspraak geen betrekking op mij maar op mijn omgeving – ik weet niet of ik nu het ironie-teken, cynisme-teken of gewoon een smiley moet laten volgen. Ik laat het maar over aan de lezer die ongetwijfeld beter in staat is tot interpretatie dan ik. Nadat hij het punt laat volgen waar hij naartoe wil – liefdadigheid, ik sla dat maar even over – brengt hij iets ter sprake wat mij al mijn hele leven verbaast: waarom bemoeien mensen zich met dingen waarover ze niet bevraagd worden en waar ze geen verstand van hebben? Hij citeert Chesterton:

It’s more like Chesterton’s Fence. G.K. Chesterton gave the example of a fence in the middle of nowhere. A traveller comes across it, thinks “I can’t think of any reason to have a fence out here, it sure was dumb to build one” and so takes it down. She is then gored by an angry bull who was being kept on the other side of the fence.

Merk op dat de traveller ineens een vrouw blijkt. Ik observeer het alleen, ik heb er geen idee of mening bij. Alexander gaat verder:

Chesterton’s point is that “I can’t think of any reason to have a fence out here” is the worst reason to remove a fence. Someone had a reason to put a fence up here, and if you can’t even imagine what it was, it probably means there’s something you’re missing about the situation and that you’re meddling in things you don’t understand.

[…]

As with fences, so with arguments. If you have no clue how someone could believe something, and so you decide it’s stupid, you are much like Chesterton’s traveler dismissing the fence (and philosophers, like travelers, are at high risk of stumbling across bull.)

En zo is dat. Respecteer de afrasteringen, zodat iedereen een veilige weide heeft waarin hij/zij kan grazen naar eigen wil. Totdat we na lange gesprekken en geschriften, over het hek heen en weer, tot de slotsom komen dat het hek eigenlijk wel weg kan. Ooit.


NB: Dat verhaal over omheiningen en stieren brengt mij bij een verhaal van mezelf. Echt gebeurd. In 1982 was ik van januari tot en met juni in Ierland op stage voor mijn studie. Rond de hemelvaart had ik een weekje vrij genomen en trok naar de border om terecht te komen in Killeshandra waar dat weekend een fleadh gaande was. Behalve dat het een prachtige weekend met veel muziek, bier en mooi weer was, herinner ik mij mijn eerste overnachting.

Stier in Ierland

Stier in Ierland

In de centrale kroeg had iemand mij gezegd, dat ik wel achter het speelterrein aan de andere kant van de weg kon kamperen. Als ik wat naar achteren ging staan zou ik nergens last van hebben. Ik liep daarheen, ging nog een open hek door en een hoekje om en zag een prachtig grasveld liggen. Ik zette de tent op en ging feest vieren. Na veel bier en muziek ging ik rond middernacht, met volle maan en heerlijk rustig weer, licht aangeschoten naar de tent. Tot mijn stomme verbazing was het hek nu dicht en stond er in het weiland een niet te kleine, complete, stier. U weet wel, zo een waar je normaliter met een boogje omheen gaat. Niet nu.

Ik wilde mijn tent in maar de stier verhinderde dat. Ik bleef staan, groette hem. Voelde zijn warmte en hoorde zijn adem. We keken elkaar aan en hij maakte wat ruimte. Al pratend deed ik een stapje naar voren en ging zitten in het natte gras. Ik in de kleermakerszit en de stier op iets van drie of vier meter bij mij vandaan. Mijn licht benevelde toestand hielp me blijkbaar de juiste toon te vinden en we bleven elkaar aankijken, waarbij ik af en toe het gesprek probeerde voort te zetten.

Dit heeft zeker twintig minuten geduurd. Staren en terug staren. Praten zonder elkaars woorden te kennen. Na twintig minuten draaide hij zich om en liep weg. Ik ging de tent in en heb heerlijk geslapen. De volgende ochtend ging ik ontbijten in de kroeg en de mensen groetten me vriendelijk maar keken me wel wat bijzonder aan. Die bijzondere houding bleef het hele weekend daar. Een soort afstandelijke bewondering en uiting van vreemdheid zo voelde het. Pas toen ik ‘s avonds weer naar de tent ging begreep ik het: de boer had het gezien en ook begrepen. Hij vond het beter om de stier te verweiden en het hek open te laten.

Niemand heeft mij gevraagd de tent te verplaatsen.

Ik was toen de enige buitenlander in Killeshandra en heb een van de mooiste momenten van mijn leven beleefd in gezelschap van een stier. Waarschijnlijk als gevolg van een misverstand in de gastvrijheid van de pub-bezoekers en de boer. Soms moet je vertrouwen hebben in de stier, die echt geen enkele reden heeft om een willekeurige gast in zijn weiland op de horens te nemen. Dat vertrouwen had ik en had de stier. Rust en praten helpt. Een beetje bier waarschijnlijk ook.

Soms is het goed hekken open te laten.

Geef een reactie