Fragment Tweede Reis

In de geschiedenisfragmenten in Niet naar Santiago en weer terug wordt gerefereerd aan verschillende literatuurbronnen. Ik noem hier twee belangrijke:

[1] – Philip Schaff, History of the Christian Church,  (Oak Harbor, WA: Logos Research Systems, Inc.) 1997. Internet editie.
[2] – Dominique Iogna-Prat, Ordonner et Exclure. Cluny et la société chrétienne face à l’hérésie, au judaïsme et a l’islam (1000-1150), Champs/Flammarion, 2000.

Zie ook de linkpagina.

——————

Dertig jaar nadat de kruistochten zijn begonnen is de laatste paus van Cluny vertrokken. Het momentum is weg, maar de kruistochten gaan door. De ingezette politiek wordt niet verlaten, de inzet is te hoog. De acht door de paus afgekondigde kruistochten zijn relatief korte operaties met een specifiek doel. Het onderhoud van de macht in de veroverde gebieden vereist echter dat er constant West-Europeanen naar het Midden-Oosten vertrekken. Velen van hen leggen ook inderdaad de kruisvaarders-eed af. Velen vertrekken ook zo. Het zal ongetwijfeld ook een aantrekkingskracht op avonturiers hebben gehad. Er worden koninkrijken gesticht en kastelen gebouwd. In West-Europa werkt het gedeeltelijk. Er is vrede. De paus kan de politiek blijkbaar goed verkopen en als twee heersers elkaar in de haren willen vliegen, kan hij een verdrag afdwingen.
Dan valt Edessa in 1144. De verovering is eigenlijk veroorzaakt door allerlei Arabische interne zaken, maar zoals dat vaak gaat, de veroveraar was de grote dienaar van de islam. Samen met de verovering van Antiochië en Jeruzalem hebben beide kanten nu het religieuze argument in de strijd. De val van Edessa is voor de paus reden om opnieuw de kruistocht te prediken. Tot zijn stomme verbazing wordt er wat lauw gereageerd. Wat te doen? De eerste cisterciënzer paus Eugenius III gaat met zijn vriend Bernard de Clairvaux praten. En niet met Cluny.

Het is mij niet duidelijk en het wordt mij ook niet duidelijk hoe een kloosterorde die zich ten doel stelt de wereld de rug toe te keren, dan vervolgens de kruistocht kan gaan prediken. En dan nog zonder te kijken naar het militaire aspect in relatie met het christendom.

Er zit een interne tegenstelling in Cîteaux.

Bernard de Clervaux is machtig. Hij is vriend van de Franse koning en heeft een enorme invloed op een mensenmassa door zijn verschijning en zijn spreken. Dat moet je niet willen verklaren. Er zijn gewoon mensen in de geschiedenis die dat soort invloed hebben. Die mensen zijn de definitie van macht. Bernard geeft toe en gaat voor een groot gehoor in Vézelay, waar de Franse koning ook is, de tweede kruistocht prediken. Het gevolg is overweldigend. De menigte juicht, de Franse koning legt de kruisvaardersgelofte af en Bernard moet zijn kleren in stukken scheuren en aan de menigte geven. Bernard herhaalt dit trucje de daaropvolgende weken door heel Frankrijk. De visie van Bernard op wat een kruistocht was, zal in zijn vroomheid wel hemelsbreed hebben verschild met de harde werkelijkheid van de strijd. Het doet er niet toe. Dat is propaganda. Dat is ten strijde trekken.

De context of discovery verschilt van de context of justification.

Datgene dat Bernard bedacht in de eenzaamheid van zijn klooster had geen enkele verbinding met de werkelijkheid van het Midden-Oosten. Het was een mystieke vroomheid. In zekere zin was de oproep een getuigenis van wereldvreemdheid. Er bestaat geen versie of verslag van zijn preek. Wel zijn er brieven van Bernard aan kruisvaarders. De mystiek zit hem in de mogelijkheid van eigen reiniging en kwijtschelding van zonden als je naar het Midden-Oosten ging. De domheid zit hem in het gebruik van propagandistische taal als het ‘verlustigen van moslims aan de heilige plaatsen’. Iets dat we herkennen uit de preek van Urbanus II. We kunnen zo doorgaan. Het is gewoon opruiende taal. Opnieuw, na Urbanus, door een kloosterorde bewerkstelligd. Een kleine eeuw later gaat een andere cisterciënzer abt als legeraanvoerder de Albigenzers te lijf.

Hier is toch een groot verschil met vijftig jaar ervoor. De cluniacenzer invloed is verdwenen en heeft plaats gemaakt voor mystieke vroomheid van de cisterciënzers. Het geloof is sterker geworden en de wereldlijke, bijna rationele benadering van Odilon en Hugues, de wereld van hout naar de wereld van marmer, is verdwenen. Nu is het echt een heilige oorlog. De eerste mannen die nog wisten waarom ze wilden vechten en nog wisten wat ze wilden hervormen, waren vervangen door diep gelovige monniken en priesters die religieuze redenen bedachten voor een veldslag. Vermenging van religie en geweld. Vermenging van Kerk en staat. De redenen om te gaan vechten veranderden.

Tot slot maakt Bernard het argument van de christelijke strijder-martelaar.

Of iemand nu in bed sterft of op het slagveld, de dood van zijn heiligen is zonder twijfel kostbaar in Gods ogen, maar als hij in de slag sterft is zijn dood beslist nog veel kostbaarder . En ook […] heidenen moeten niet worden gedood als zij op een andere wijze kunnen worden verhinderd de gelovigen te overheersen. Het is niettemin beter ze ter dood te brengen dan dat de stok van het kwaad rust op de massa der rechtvaardigen. De rechtvaardigen begaan geen zonde in het doden van de vijand van Christus. De soldaat van Christus kan gerust doden en nog zekerder sterven. Als hij sterft, doet het hem goed. Als hij doodt doet het Christus goed. De christen glorieert in de dood van de heiden omdat Christus daarmee wordt geëerd. Maar als hijzelf sterft heeft hij zijn doel bereikt.

De rede was zoek. De totale emotionele religieuze onredelijkheid van Bernard kreeg vorm in de jacht op Pierre Abélard en de invloed van Bernard leidde tot veroordeling van Abélard en verbranding van diens boeken. De steun van Cluny voor Abélard mocht niet baten. De paus stak zelf de stapel aan. Abélard kwam de schok niet te boven en stierf een jaar later. De donkere middeleeuwen zouden rond 1150 toch al voorbij moeten zijn? Maar de duisternis van onredelijk religieus fanatiek monnikendom blijkt toch sterker en van alle tijden. De ergste tijden moeten nog komen.

Het maakt de heiligheid van Bernard twijfelachtig.
Het maakt heiligverklaringen twijfelachtig.
Of is dit de kern van de Kerk?

Bernard brengt een religieus fanatisme in het systeem dat er niet meer uit gaat. Het was deze Bernard die door Lodewijk VII van Frankrijk als geestelijk raadgever was gekozen. Lodewijk vertrekt op 8 juni aan het hoofd van zijn Franse leger naar het Midden-Oosten. Zijn vrouw Aliénor van Aquitanië ging mee. Aliénor was charmant. Ze was werelds en cultuurgevoelig. Er zijn boeken geschreven over haar en haar minstrelen. Ze had het niet op Bernard begrepen. Het religieuze was niet echt aan haar besteed. Lodewijk was daar veel gevoeliger voor en was waarschijnlijk echt diep gelovig. Aliénor legde ook de kruisvaardersgelofte af. Naast het Franse leger vertrok er ook een Duits leger onder leiding van Conrad III. Het gaat in het begin al mis. Het Duitse leger is niet goed onder controle en begaat weer de grote fout. Het begint onderweg te plunderen en in een Grieks klooster vermoorden ze alle monniken om de dood van twee kruisvaarders te wreken. Uiteindelijk komt dat het Duitse leger duur te staan. Eenmaal over de Bosporus wordt een groot deel afgeslacht op dezelfde wijze als het leger van Peter de Heremiet vijftig jaar eerder. Het Franse leger was meer gedisciplineerd, maar had erg geleden onder de tocht. De landroute was zwaar. Alle problemen die de eerste kruistocht had ondervonden kwamen terug.
Leren is moeilijk.
De islamitische Turken en christelijke Byzantijnen sloten een verdrag om zich teweer te stellen tegen de grote legers uit het westen. Byzantium wilde ook niet dat de Turken hen beschouwden als handlangers van de kruisvaarders. Men was er niet gelukkig mee. De plaag van de kruistochten zal zeker hebben bijgedragen tot de aversie in het Midden-Oosten tegen de christenen en de houding van Byzantium zal hebben bijgedragen tot de aversie van het westen tegen dat Byzantium. Het zal de Kerk geen plezier hebben gedaan. De problemen werden te groot en er werd besloten de rest van de reis, vanaf Attalia in Zuid-Turkije, per boot voort te zetten naar Antiochië. Slechts een deel van het leger kan inschepen. Er is niet genoeg plaats. Een deel van de infanterie en de Franse en Duitse pelgrims worden achtergelaten. Die groep is gedood, verhongerd of tot slaaf gemaakt.

Gelovigen verraden door hun heersers, verraden door hun geloof.

Aangekomen in Antiochië worden ze onthaald door Raymond, oom van Aliénor en nauwelijks ouder dan zij. Ze krijgen een conflict over een aanval op Aleppa, tachtig kilometer verderop, dat een grote bedreiging vormt voor het Antiochië van Raymond. Lodewijk wil niet. Hij wil eerst bidden in Jeruzalem bij het Heilig Graf. Aliénor wil, samen met Raymond, die aanval wel. Die aanval zou uit militair oogpunt redelijk geweest zijn. Het gaat niet goed. Man en vrouw krijgen ruzie. Aliénor lijkt een verhouding met Raymond begonnen te zijn. Brengt in elk geval het grootste deel van haar tijd bij hem door en dreigt Lodewijk met scheiding vanwege bloedverwantschap. Lodewijk is zeker op een of andere manier stevig op zijn ziel getrapt.
Dan komt de kruistocht uiteindelijk in Jeruzalem aan. Ze worden door de Palestijnse Franken, die er vaak geboren en getogen waren, ze woonden er al een kleine vijftig jaar, verleid om een aanval op Damascus te ondernemen. Dat wordt een fiasco en binnen een week zijn ze terug in Jeruzalem. Vernederd. Verraden. Waren de Palestijnse Franken omgekocht of al zo Arabisch dat ze het doel van de kruistocht als een broedermoord zagen? Door hun actie hebben ze twee Arabische vorsten, waaronder die van Aleppa, in elkaars armen gedreven en hun eigen leger een nederlaag bezorgd. Het leger keert terug. De kruistocht is een fiasco. Vele christenen zijn gedood. Het vertrouwen in God heeft een forse deuk opgelopen. Het vertrouwen in Bernard de Clairvaux is beschaamd. Het wordt duidelijk.

Een softe religieuze benadering, een soort Disney-visie op het Heilige Land, van een heilige oorlog die eigenlijk een veroveringsoorlog is, is niet goed.

Ze varen terug naar Frankrijk via Rome waar de paus ze probeert te verzoenen. Op twee verschillende schepen. Onderweg verneemt Aliénor de dood van Raymond. Gesneuveld bij de uiteindelijk toch uitgevoerde aanval op Aleppa.
Lodewijk heeft het blijkbaar allemaal niet goed begrepen. Zijn geloof heeft een knauw gekregen en zijn vrouw is te werelds voor hem. Hij kan het niet aan en zet zijn vrouw aan de kant, vermoedelijk met wederzijdse instemming. Waarschijnlijk op initiatief van Aliénor.
Dat is niet handig. Maar hij is gelovig en de Kerk heeft altijd een hekel aan [bijdehante] vrouwen gehad, dus hij krijgt toestemming. Het Aquitanië dat zo elegant als bruidsschat bij het koninkrijk Frankrijk leek te komen, gaat als bruidsschat bij de scheiding ook weer mee. Aliénor is niet gek. Lodewijk misschien wel. In elk geval is hij als koning niet redelijk. Hij laat zijn koninkrijk op de tweede plaats na het geloof . Zijn vrouw gelooft het verder wel .
Ze trouwt Henry II Plantagenet, toekomstig koning van Engeland. En Aquitanië gaat mee.
Het is belangrijk.
Deze ruzie is er de oorzaak van dat de Honderdjarige Oorlog niet meer onder controle kan worden gebracht. Het is een voorbeeld van de onredelijkheid van de Franse koning. Hij had een slecht politiek inzicht gekoppeld aan een overmatige vroomheid en een overmatige trouw aan de Kerk. Dezelfde eigenschappen zal een nazaat van hem uiteindelijk de kop kosten.