Tot 2001 – De Degradatie

Onderstaand fragment heb ik op 10 maart 2021 gepubliceerd als herdenking van de Commune van Parijs. Een herdenkenswaardige gebeurtenis die de Fransen (en de rest van Europa) maar liever vergeten. In onze tijden is op zijn minst het lezen van die geschiedenis erg nuttig. Had Napoleon Europa op scherp gezet, Bismarck had in in 1870 de teerling geworpen die in 1914 werd opgeraapt en pas in 1945 weer werd uitgekotst. En we zijn er nog steeds niet helemaal vanaf.

Als u hier komt via een zoekmachine en niet helemaal de context van dit boekfragment begrijpt, raad ik u aan om een beetje rond te kijken op de site met name de projectbeschrijving en de fragmentenpagina.


De revolutie heb ik gezien in Varennes-en-Argonne. In de chaos die ontstaat na de onthoofding van Lodewijk XVI wordt de Franse adel gedecimeerd tijdens de terreur. De regeringen volgen elkaar dan snel op terwijl er een oorlog tegen Oostenrijk wordt uitgevochten. Dat heeft waarschijnlijk toch wel iets met de Roomse religie te maken, want in Oostenrijk zetelt het restant van het Heilige Roomse Rijk en Marie-Antoinette is ook nog dochter van de keizer. Een revolutie die Kerk onteigent, kloosters sluit en geestelijken onthoofdt, kan niet op de steun van Rome rekenen en dus gaat Oostenrijk er op af.

De Kerk wil bescherming.

De Kerk krijgt bescherming.

Dan volgen er verspreidt in het land burgeroorlogen. Contra-revolutie. Vanaf 1793 tot 1800 zijn er vijf. In die chaos komt Napoleon naar boven drijven. Talent. Ambitie.

Tot 26 oktober 1795 is er de eerste Republiek. Dan komt het directoire. Vijf directeuren regeren het land waarbij er steeds een per jaar aftreedt.

In 1796 gaat Napoleon naar Italië en verplettert alle stadstaten, die Franse zusterrepublieken worden. Maar het directoire is corrupt en het werkt niet. De financiële problemen zijn enorm en de Royalisten komen terug. Het politieke veld van de koning blijft bestaan. Er is nog niets zeker. In 1797 blijken de royalisten een versterkte positie in het parlement te hebben. Het leger voert een zuivering uit en de royalisten kunnen weer naar huis.

Napoleon heeft het dan al hoog in de bol en maakt van de chaos gebruik om naar Egypte te gaan in opdracht van het Directoire. Hij wil een bruggenhoofd vestigen om van daaruit Brits Indië te controleren. Dat mislukt omdat Nelson zijn bevoorradingsvloot de grond in boort bij de baai van Aboukir. Napoleon laat zich desondanks als overwinnaar binnenhalen in Frankrijk dat, als land dat het moeilijk heeft, een held nodig heeft. Het Directoire is dan eigenlijk al machteloos en het land onbestuurbaar. Op 9 november 1799 pleegt Napoleon een staatsgreep en vestigt een triumviraat. In navolging van de Romeinen ongetwijfeld. Dit consulaat, dat wil zeggen Napoleon, is overactief. Hij sluit de vrede van Amiens.

Hij sluit ook, heel slim, een concordaat met de paus in 1801. Hieruit blijkt, dat Napoleon echt wel wist waar het probleem zat. Hij moest de Kerk toch weer een beetje te vriend houden. De revolutie had de kloosters gesloten en onteigend dat wil zeggen, aan de staat verkocht. De revolutie had veel geestelijken onthoofd. De katholieke geestelijkheid had dan wellicht op dat moment niet zoveel meer in te brengen, maar wetend dat ze van nature intriganten zijn, die hun religie uitsluitend belijden gericht op de macht, moet hij een concordaat hebben. Hij maakt niet de fout die men in Rusland ruim honderd jaar later maakt. Hij verbiedt de godsdienst niet. Hij houdt ze dichtbij aan de lijn. Het helpt niet echt.

Het concordaat zegt dat de christelijke godsdienst de godsdienst van de meerderheid van het Franse volk is. Maar niet van de staat! De bisschoppen worden benoemd door de eerste Consul en ontvangen daarna van de paus de kerkelijke benoeming. Alle zittende bisschoppen worden ontslagen. Alle kerkelijken moeten trouw aan de staat zweren. Als tegenprestatie onderhoudt de staat de bisschoppen, de curie en de parochies, maar niet de overige priesters. Er is geen restauratie van de kloosterordes. Het is niet iets waar de paus erg blij mee is. Napoleon gaat het dan ook moeilijk krijgen. Na zijn kroning, die hij niet krijgt uit handen van de paus, heeft Napoleon eigenlijk continu ruzie met hem. Als de paus niet mee wil werken aan het continentaal stelsel tegen Engeland, bezet Napoleon de pauselijke staten en Rome (1808). De paus excommuniceert Napoleon, die dan Pius VII vervolgens arresteert en naar Fontainebleau brengt, waar de paus weigert mee te werken aan de benoeming van 5 bisschoppen die door Napoleon zijn voorgedragen. Er wordt een regeling getroffen, het concordaat van Fontainebleau, maar als Napoleon in 1814 verslagen is laat hij Pius VII gaan. Het zit niet lekker tussen die twee. Het zal geen toeval zijn dat Napoleon veel weerstand in Europa ondervindt. Vooral in eerste instantie van Oostenrijk en Spanje. De paus ondersteunende landen. De Kerk heeft nog veel invloed.

Het land wordt gereorganiseerd. Administratief, juridisch en financieel en de resultaten van de revolutie worden geconsolideerd in de Code Civil, het burgerlijk wetboek. Het land komt intern tot rust en industrie, handel en landbouw komen weer op gang.

De royalisten vergeven het hem niet dat hij de revolutie een definitieve plaats heeft gegeven en de koning niet terug heeft laten komen. Een ver familielid dan wel te verstaan. Er worden complotten gesmeed die mislukken. Door het concordaat en de verzwakte positie van de geestelijkheid, kan de Kerk de royalisten nu niet direct steunen. Dan, in 1804, proclameert de senaat Bonaparte keizer der Fransen. Met erfelijke troonopvolging. Een volksraadpleging bevestigt dit (3.572.329 voor en 2.579 tegen). Bonaparte zet zelf de kroon op zijn hoofd. Meestal wordt dit geinterpreteerd als het bewijs dat de macht van de staat komt en niet van de Kerk. Als dat waar is, had de paus er helemaal niet bij aanwezig moeten en hoeven zijn. Je kunt het ook zo zien dat de Kerk hem niet zag zitten, de kroning eigenlijk niet wilde, maar ertoe gedwongen was en deze tussenoplossing koos. Wellicht heeft Napoleon de paus voor gek heeft willen zetten. De Kerk is vernederd. Maar ze heeft nog altijd de biecht en de kansel. De politieke invloed is nog niet weg. De royalisten zijn er ook nog. Verbonden zullen worden gesloten.

Napoleon I zit op de troon.

En dat is nodig. Want de oorlog breekt uit.

Het navolgend decennium is een grote oorlog. Heel Europa voelt zich bedreigd door Napoleon en er ontstaan allerlei allianties. Ook op verzoek van en ondersteund door de Kerk die haar belangen op andere plaatsen in Europa wilde redden. Allereerst beginnen Oostenrijk en Rusland in 1805 aan een alliantie, die na een geweldige mars over de Alpen op 2 december bij Austerlitz overtuigend worden verslagen. Oostenrijk wil vrede, maar Rusland gaat een nieuwe alliantie aan met Engeland en Pruisen. De Pruisen worden in 1806 verslagen bij Jena en de Russen volgen in 1807 bij Friedland. Je kunt je afvragen waar die wens Frankrijk te verslaan vandaan kwam.

Angst voor de verandering?

Angst voor de vrijheid?

Ze hebben gezien wat de revolutie in Frankrijk heeft gedaan en zijn daar benauwd voor. En de Kerk stookt het vuurtje lekker op. Want Napoleon is natuurlijk de verpersoonlijking van de Antichrist. Hij was in elk geval niet van adel. Een parvenu.

De keizer van het Heilige Roomse Rijk moet onder druk van de Fransen in 1806 aftreden en het Heilige Roomse Rijk is niet meer. Alweer een fragmentatiebom vanuit een kerkelijk systeem. Het keizerrijk, het Heilige Roomse Rijk, de laatste erfenis van Karel de Grote, is versnipperd in een groot aantal kleine staatjes. Het wordt de etterbuil van Europa, wat het waarschijnlijk eigenlijk al was. Het lijkt terug bij het begin van het feodale systeem. Allemaal kleine heersers die elkaar naar het leven staan. Dat is ook niet wat Napoleon zoekt.

Napoleon ontmoet de Russische tsaar en ze verdelen Pruisen.

Frankrijk overheerst Pruisen. Duitsland. Het is een vernedering.

Dan richt hij zich op Spanje en Portugal waar Engeland is geland. Spanje wordt verslagen en de Engelsen teruggedreven naar de kust. Engeland gaat weer met Oostenrijk in zee. Engeland moet nu wel, want Napoleon is met het Continentaal Stelsel begonnen een economische oorlog te voeren. Engeland voelt dat. Het antipaapse Engeland sluit verbonden met alle pausliefhebbende heersers in Europa. En Frankrijk, het duivelse, want kerkmoordenaar, Frankrijk, komt steeds verder in het nauw. De scheidslijnen liggen deze keer niet langs de religies of scheidingen binnen de religies. De scheidslijn ligt momenteel bij het land van God dat God eruit heeft gegooid en de rest van Europa. Engeland is, zoals altijd, gewoon opportuun en zoekt steun waar het die kan vinden. Allemaal willen ze Napoleon weg. Engeland voorop. Alle goede dingen die hij heeft gedaan ten spijt. Hij wordt gedwongen te vechten en dat moet een keer fout gaan. Er wordt hem geen gevechtspauze gegund. Engeland weet hoe je een keizer moet uitputten. En speelt de machtsoorlog volledig uit.

Terwijl hij in Spanje nog niet helemaal klaar is en het land eigenlijk nog in oorlog achterlaat, gaat hij naar Oostenrijk. Verschillende overwinningen brengen hem Wenen, maar ook zijn eerste nederlaag in een poging de Donau over te steken bij Aspern-Essling. Later verslaat hij de alliantie op 5-6 juli 1809. De vrede van Schönbrunn is het gevolg. Dat maakt de weg vrij voor een huwelijk met de dochter van de keizer van Oostenrijk om hem een zoon te geven. En hopelijk ook wat minder oorlog want dat heeft hij nodig. Om de paus te ergeren, of te vriend te houden, wordt dat kind de Koning van Rome gedoopt.

Het meeste van Europa is onder controle van Frankrijk of is gelieerd aan het land. Alleen Spanje en Portugal blijven een open zweer en zijn niet onder controle te krijgen. Dan breekt de Tsaar in 1812 met het Continentaal Stelsel. Napoleon neemt drastische actie en valt Rusland binnen. Een fout. DE fout. Van de 600.000 man komen er 60.000 of minder terug. Het land verschroeid. Moskou verbrand. Niets bereikt. Het is een drama.

De allianties ruiken hun kans. Gezamenlijk staan ze bij Leipzig op hem te wachten PAGEREF _Ref81284074 . Terwijl Wagner de borst krijgt onder het kanongebulder, wat hem een voorliefde voor muziek, revolutie en theater oplevert, wordt Napoleon verslagen (16-19 Oktober 1813). Parijs wordt bezet op 31 maart 1814 en de senaat verklaart Napoleon vervallen van de troon op 5 april. Hij wordt verbannen naar Elba, Frankrijk wordt bezet en de broer van Lodewijk XVI wordt op de troon gezet als Lodewijk XVIII. De restauratie kan beginnen. De Royalisten zijn terug.

Heeft Rome gewonnen? Is de Kerk terug in Frankrijk?

Het lijkt er op. Pruisen, Oostenrijk, Rusland en Engeland gaan in Wenen overleggen wat ze nu met Europa moeten beginnen. Formeel doen alle landen daar mee, maar deze vier beslissen uiteindelijk. Ongeveer zoals het nu in Europa gaat. Het lijkt samenwerken, maar het is de grootste eerst. Het is geen machtspolitiek meer. Het is het recht van de sterkste. Het Congres van Wenen schijnt een groot feest geweest te zijn. Zo erg, dat de Prins van Ligne moppert: Le congres ne marche pas, il danse. Kortom, het gaat er echt Europees aan toe. De kleintjes worden aan de kant geschoven en gaan naar de feesten en de theaters toe, terwijl de diplomaten van de groten hun spelletjes spelen, Europa verdelen en allianties maken. Napoleon zit ondertussen op Elba, bijt op een houtje en vlucht naar Frankrijk. Hij heeft ongetwijfeld gehoord van de puinhoop in Wenen, want Elba was niet geïsoleerd. Hij landt bij Cannes en trekt in een paar dagen naar het noorden. In de nacht van 6-7 maart 1815 bereikt het bericht de bijeenkomst in Wenen. Het is gedaan met de feesten. Op 13 maart wordt Napoleon buiten de wet verklaard. Wenen gaat gewoon verder en op 9 juni wordt de slotverklaring getekend. Negen dagen daarna wordt Napoleon verslagen bij Waterloo en naar Sint Helena verbannen waar hij 5 mei 1821 overlijdt.

De revolutie van Frankrijk en de daaropvolgende acties van Napoleon hebben Europa op zijn kop gezet. In twintig jaar tijd. De feodale verhoudingen zijn verdwenen, keizerrijken ontploft, koninkrijken opgeheven en republieken geïnstalleerd. De macht van de Kerk in Frankrijk is gedecimeerd, haar bezittingen aan de staat vervallen. Overal ontstaan nieuwe wetten. De Code Civil van Napoleon, toch echt een erfenis van de revolutie, krijgt een verspreiding die niet te verwachten was op basis van de tegenstand die hij ontmoette. De nieuwe heersers van Europa zijn wat dat betreft erg pragmatisch. Ze houden niet van vechtersbazen die de baas willen zijn, maar al het goede dat zo iemand doet nemen ze graag mee, want dan hoeven ze het zelf niet te bedenken. Goed gejat is beter dan slecht bedacht. En dan hebben ze meer tijd om hun feestjes bij te wonen.

De situatie na de acties van Napoleon zal ook aanleiding zijn voor de Frans-Duitse oorlog van 1871, de Eerste en de Tweede Wereldoorlog. We zijn er nog niet van af. Vooral de fragmentatie van Het Heilige Roomse Rijk is desastreus.

De Franse revolutie is uiteindelijk voortgekomen uit een situatie die door de Kerk in de hand was gewerkt en in stand was gehouden. De Franse koningen hebben tot op het allerlaatste moment een alliantie met Rome. Lodewijk XVI durft de anti-klerikale wetgeving niet te steunen. Het kost hem de kop. Zelfs na de koningen is Frankrijk beschermer van de pauselijke staten in Italië geweest, die zijn ontstaan na een gift van Pepijn de Korte in 756 aan de paus. Frankrijk heeft altijd geleefd in een-tweetjes met de paus. Dat lijkt nu afgelopen, hoewel de band met Rome niet zomaar kan worden verbroken.

Na Napoleon is er de Restauratie. De Kerk wordt weer ondersteund, maar ze krijgt haar bezittingen niet terug. De broer van Lodewijk XVI komt op de troon van 1814-1824, opgevolgd door een andere broer, Karel X, die daar zit van 1824–1830. Als hij de kamer naar huis stuurt, wordt die herkozen met opnieuw een liberale meerderheid. Die stuurt hij weer naar huis. Dat betekent weer revolutie. Het is 1830. Er gebeurt niet veel. Het volk wordt neergeschoten en er ontstaat de Monarchie van Juli. Lodewijk-Philips I krijgt het koningschap. Zoon van een broer van Lodewijk XVI die voor diens onthoofding had gestemd. Philippe–égalité. We hobbelen lekker verder. Niemand lijkt meer te begrijpen wat er eigenlijk aan de hand is. De royalisten zitten voorlopig weer in het zadel, de liberalen en republikeinen zitten aan de kant. Het gist verder tot het twintig jaar later in 1848 weer uitbarst. Twee generaties na Napoleon.

Dan moeten we even terug. In 1733 wordt de flying spindle (schietspoel) uitgevonden. Het hart van de weefmachine. In 1764 wordt de Spinning Jenny uitgevonden. Een meervoudige, hand aangedreven spinmachine. Spinnen en weven zijn handelingen die sinds de oudheid met de hand zijn gedaan. Maar in de eerste helft van de 18e eeuw worden er uitvindingen gedaan die dat werk machinaal maken. De mens is niet meer nodig. Die hoeft nu alleen nog maar de machines te bedienen die door water worden aangedreven. En om dat waterprobleem te overwinnen, je hebt niet overal een watertje in de buurt, wordt de stoommachine uitgevonden. Het is geen wetenschap wat hier gebeurt. Het zijn zeer slimme constructeurs die gebruik maken van de [nieuwe] wetenschappen die ontwikkeld zijn en worden. Mechanica, thermodynamica en scheikunde.

Je kunt je afvragen hoe dit in gang is gezet. Mensen gaan niet zomaar een flying spindle bedenken. Mensen krijgen een probleem voorgeschoteld en lossen dat op. Het probleem moet dus voorgelegd zijn. Er is een vraag gesteld. Door wie is niet duidelijk. Een visionair die zag dat met efficiëntie geld te verdienen was. Het is een bewuste en vooropgezette ontwikkeling. Nu waarschijnlijk niet door de Kerk. Die krijgt een andere rol. De ontwikkeling is geïnduceerd en ondersteund door een andere revolutie. De landbouwrevolutie van de 17e en 18e eeuw.

Voor het eerst sinds de monastieke agrarische revolutie van na 700 in Frankrijk, gebeurt er veel innoverends op landbouwkundig gebied. Engelse en Nederlandse boeren waren al aan het begin van de 17e eeuw, eigenlijk al vanaf de middeleeuwen, de meest productieve boeren van West-Europa. En ze deden er alles aan om dat te blijven. Ze experimenteerden met nieuwe granen en groenten. Ze experimenteerden met bemestingen en andere vormen van bodemverrijking. Ze experimenteerden met gereedschappen. Er waren boeren die met het boerenvak omgingen als was het een wetenschap. Het resulteerde in aanzienlijk hogere opbrengsten PAGEREF _Ref81284074 .

Maar er was meer nodig. In plaats van het jaar braak, kon met bemesting ook met een driejarig rotatiesysteem worden gewerkt. Daarnaast werden er nieuwe landbouwgereedschappen uitgevonden. Jethro Tull (1674-1741) kwam met een door een paard getrokken meervoudige schoffel en met een zaaimachine die mooie rechte rijen produceerde om het schoffelen weer te vergemakkelijken. Het landbouwsysteem wijzigde, maar om de productie te verhogen en om het landbouw areaal beter te kunnen beheren, was het nodig dat er afgesloten landbouwgebieden kwamen in plaats van de gemeenschappelijke gronden. Afgesloten landbouwgebieden waar de boer het alleenrecht van beslissen had. De enclosures ontstonden. Veel keuterboeren die op de gemeenschappelijke gronden werkten verloren hun land en bestaansrecht. Ze werden weggejaagd en zochten een andere manier van leven. Het recht van de handwever/keuterboer bestond niet of werd genegeerd. Het is een opzettelijke handeling. Vaak via het parlement afgedwongen. Het is het begin van de sociale onderklasse waar de heersende klasse in Engeland geen aandacht voor had. De regering, landlords, herenboeren en bourgeois fabrikanten wisten heel goed wat ze deden. Zo ontstond de arbeidersklasse. Een overschot aan arbeidskrachten. De nieuwe fabrieken slokten de arbeiders op. De initiatie van het systeem.

De fabrieken groeiden, de landbouw werd nog efficiënter en nog meer boeren trokken naar de stad. Door de voedseloverschotten als gevolg van de verbeterde landbouwproductie was er een bevolkingsexplosie in de 18e eeuw in Engeland die zijn weerga niet kende. De bevolking verdubbelde in de loop van de eeuw. Meer textiel en kleding was nodig. De spiraal naar boven leek niet meer te stoppen. Het is wellicht verbazend dat het vervolgeffect van agrarische naar de industriële revolutie in eerste instantie feitelijk alleen in Engeland plaatsvond. Maar de Engelse samenleving was opener, had meer handelsvrijheid en minder feodale verplichtingen naar de landadel dan de rest van Europa. Dat gaf de ondernemende boer een kans. Hij kon zijn eigen leven verbeteren door een hogere productie waarvan hij het surplus op de markt kon verkopen. Het vaste land van Europa lag veel meer vast aan regels, belastingen en andere beperkingen. Het gevolg van deze ontwikkeling was een hoge productie en vanwege de overvloed ook lage prijzen van het voedsel. Dat betekende weer dat de Engelsen geld over hadden om andere spullen dan alleen eten te kopen.

Rond 1700 werd het papiergeld door een aantal Schotten uitgevonden. John Law was de bekendste. Zijn voorstellen voor ‘Land-Money’ zijn een keerpunt in de vorming van het moderne monetaire systeem. Zijn Mississippi Scheme in Frankrijk is dat eveneens. In Engeland bleef men niet achter en tegelijk met het Mississippi Scheme werd daar de South Sea Company opgericht. Beide systemen faalden. In beide landen waren veel mensen armer en wijzer geworden van de eerste kapitalistische zwendelpraktijken PAGEREF _Ref81284074 . Adam Smith geeft dan in 1776 een echte theoretische basis van een kapitalistische maatschappij: An Inquiry into the Nature and Causes of the Wealth of Nations PAGEREF _Ref81284074 . Het is een adembenemend en hoogst invloedrijk boek dat is geconcipieerd onder de directe invloed van de verlichting. Zo is parallel aan de industriële revolutie met zijn agrarische en technische component, de vorming van de derde noodzakelijke component op gang gebracht. Het moderne monetaire systeem wordt gevormd.

Economie wordt een doel op zich.

De kapitalistische economie zou vorm krijgen op de oude bodem van de rijkdom van de geestelijkheid die door Henry VIII en Elisabeth I zo mooi beschikbaar was gesteld. En die hadden ook nog even de geestelijkheid als mindcontrol uitgeschakeld. Frankrijk zat nog steeds vast op het geestelijk royalistisch gebied. Leef voor God en gehoorzaam je [feodale] heer.

In Engeland had een klein groepje handige knutselaars, ingenieurs avant la lettre, eerst de landbouw en daarna de nijverheid hervormd.

De moderne tijd was aangebroken.

De industriële revolutie wordt gekenmerkt door drie belangrijke eigenschappen die de wereld zullen veranderen.

Die drie eigenschappen zijn:

  • Machines nemen de rol over van de menselijke vaardigheid en inspanning (bijvoorbeeld het spinnen). Het aandrijven van de machines valt hier buiten.

  • Er worden systemen ontwikkeld die warmte in arbeid omzetten (bijvoorbeeld de stoomma-chine) en deze worden ingezet om de machines die de arbeid van mensen overnemen aan te drijven.

  • Er worden ruwe materialen gebruikt die veel overvloediger beschikbaar zijn dan dierlijke of plantaardige materialen (bijvoorbeeld aardolie in plaats van hout als brandstof).

De eigenschappen veranderen de wereld en maken er tegelijk een slagveld van.

Letterlijk en figuurlijk.

Militair en economisch.

De gevolgen zijn onvoorstelbaar. Binnen honderd jaar zijn Engeland, het vasteland van Europa en de Verenigde Staten van Amerika geïndustrialiseerd. Amerika voegt daar ook nog de ele-menten van massaproductie aan toe.

De sociale gevolgen zijn enorm, want niemand had rekening gehouden met wat er gebeurde met de mensen. De mens had tot dan toe alle handarbeid in zijn eigen huis gedaan, de huiswevers, met wat koeien en kippen die rondom het huis keutelden en een eigen moestuin. Men was zelfvoorzienend. Men had verder niets nodig. Men leefde over het algemeen niet onprettig. Ja, het was wel eens zwaar. Een slecht jaar en er was af en toe hongersnood in de steden, maar nooit bij de zelfvoorzienende mensen. De steden waren hoofdzakelijk voor handelaars. De markt was relatief klein. Productie voor de markt was nog niet grootschalig. Tachtig procent van de mensen leefde rond 1700 op en van het platteland en boerde. Honderd jaar later was dat veertig procent. Tegenwoordig is dat minder dan vijf procent.

De vernietiging van de [zelfvoorzienende] boerenstand gaat nog steeds door. Het creëert massa. Het creëert consumenten.

Een manier van leven is verdwenen.

Dan ontstaan de industriesteden. De keuterboeren en thuiswevers gaan naar de stad. Grote fabrieken en veel mensen nodig om de machines te bedienen. Om de mijnen in te gaan. Om te bouwen. De mens wordt een massaproductiemiddel en consument. Er ontstaat een echte markt.

De rol van de Kerk wordt weer duidelijk. Haar leidende rol in de politiek lijkt uitgespeeld, maar nu kan ze meewerken de massa arbeiders in toom te houden. De Kerk moet de schaapjes in het gareel houden met de belofte van het hiernamaals.

Het maakt niet uit hoe slecht je het hier hebt. Als je dood bent wordt alles beter. Het doodgaan van arbeiders aan ziekten, uitputting en ongelukken kan zo mooi weggepraat worden. Kijk eens wat een ellende hem/haar bespaard is gebleven. De goede God heeft hem/haar tot zich geroepen.

De Kerk zoekt de macht en krijgt de bescherming, maar moet daar wel wat voor terug doen. Sommige priesters krijgen het daar later knap moeilijk mee en worden socialist. Sommigen vinden ook dat het christendom eigenlijk socialistisch is. Maar dat is vloeken in de Kerk. Het is het verschil tussen wat de baas wil dat je doet en datgene wat je er zelf van denkt. Het zal nooit de hoofdstroom van de Kerk worden.

Het systeem werkt totdat Karl Marx (1818-1883) en Friedrich Engels (1820-1895) zich er tegenaan bemoeien.

Religieus lijden is, op een en hetzelfde moment, de uitdrukking van echt lijden en een protest tegen echt lijden. Religie is de zucht van het verdrukte volk, het hart van de harteloze wereld en de ziel van de zielloze condities. Het is het opium van het volk PAGEREF _Ref81284074 .

De gevolgen van de industriële revolutie, van de massa’s mensen in sloppenwijken en van de filosoof Marx zijn niet te onderschatten.

Duitsland mag dan romantisch zijn in zijn kunstuitingen, de industriële revolutie is ook hier doorgedrongen en er zijn al echte socialistische groepen ontstaan. Als Marx in 1842 redacteur wordt van Die Rheinische Zeitung, wordt de krant al gauw opgedoekt door de regering. Zijn artikelen vallen slecht. In Parijs ontmoet hij dan echte socialistische groepen en ook Friedrich Engels. Hij wordt lid van de Communisten Bond, een bond van geëmigreerde Duitse arbeiders in Londen. Marx en Engels worden de theoretici van de beweging. In 1847 wordt hen gevraagd een stuk te schrijven ter verheldering van de positie van de communisten.

Het Communistisch Manifest.

Nauwelijks gepubliceerd of overal in Europa breekt de revolutie uit.

De wens tot staatkundige hervormingen wordt direct vanaf het begin van de 19e eeuw vermengd met de wens tot verbetering van de sociale omstandigheden. Het is een gisting van twee heftig emotie- en verstand-beroerende zaken. Het heeft nog alles met de verlichte filosofen te maken en met de wens de feodale verhoudingen kwijt te raken in Europa (het verstand). De roep om sociale hervormingen en begrip voor de toestand van de arbeider overstemt dat bijna (emotie). Het maakt in elk geval de situatie in 1848 ontvlambaar, want de onvrede is groot en ligt op meerdere fronten.

Alleen al bij het zien van de turbulentie begin 19e eeuw en de verstijfde, onbeweeglijke reacties van de regeringen, kun je twijfels hebben over de competentie van de regenten. Keizers en ministerpresidenten gelijk. De oude adel en feodalen.

Men regeert nog steeds niet [volledig] rationeel.

Frankrijk. In februari breekt in Parijs een onrust uit. Het is een explosie van al eerder ontstane onrust die te maken heeft met staatkundige hervormingen, maar zeker ook met de sociale onrust als gevolg van de industriële revolutie. Vrijwel direct na de uitbraak van de revolutie wordt bekend gemaakt dat de regering gevallen is en wordt een interim regering geïnstalleerd. Die interim regering publiceert, om de arbeiders gerust te stellen, wat verklaringen dat er ook aan hen wordt gedacht. Ze krijgen de Tuilerieën als senioren-arbeiders-huis, een soort bejaardenhuis dus. Later in het jaar wordt de 2e republiek afgekondigd: Burgers: Het koningschap onder welke vorm dan ook is afgeschaft; geen volksraadplegingen meer, geen Bonapartisme, geen regenten. Lodewijk Napoleon, neef van Napoleon I, wordt teruggehaald van verbanning en gekozen in de wetgevende vergadering. Hij wordt tot president van de 2e republiek gekozen. Drie jaar later pleegt hij een staatsgreep. Een jaar daarna roept hij zichzelf uit tot keizer. Keizer Napoleon III. Het tweede keizerrijk. Er is niets veranderd in Frankrijk.

Oostenrijk. De staatkundige situatie is bijna onhoudbaar door de starre houding van Metternich die elke vorm van liberalisering tegenhoudt en daarmee Europa opzadelt met alle oorlogen tot 1945. Bijna misdadig star. De restanten van de oude orde zien niet wat er moet gebeuren. Willen het niet zien. Uiteindelijk moet Metternich vluchten. Er zijn verschillende opstanden in het rijk. In het voorjaar 1848 zijn de eisen staatkundig van aard. In het najaar ligt het accent op de verbetering van de positie van de arbeiders. In het voorjaar van 1849 doet Ferdinand I afstand van de troon en zijn neef Frans-Joseph I volgt hem op. Er is nog een kleine opstand in Praag in mei. Hongarije en Venetië blijven rustig. De revolutie in het Habsburgse rijk is achter de rug. Er zijn staatkundige hervormingen. De feodale structuur wordt opgeheven. Maar lang niet iedereen is tevreden. De eisen zijn niet ingewilligd. Er was niet één persoon die kon spreken namens de revolutie. Mislukt? Nee. Gelukt? Nee. Er blijft een hybride situatie over. Net als in Duitsland.

Duitsland. In het Verdrag van Wenen in 1815 is Duitsland slecht bedeeld. Er waren wel grote verschuivingen geweest, maar het land was uiteindelijk verdeeld in 39 onafhankelijke staten die de Duitse Bond vormden. Onbestuurbaar dus. Geen eenheid en aan de leiband van de Oostenrijkse Metternich die elke vorm van constitutionalisme tegenwerkte. Ook in eigen land. In maart 1848 begon de revolutie en in Frankfurt am Main kwam een gekozen nationale vergadering bijeen om een grondwet op te stellen. Toen bleek dat idealen mooi zijn, maar als de verschillen groot zijn en de kloven te diep dan lukt dat niet. Zo ook hier. Toen de grondwet begin 1849 er uiteindelijk was, bleek die de Duitse landen in een erfelijk keizerrijk onder Pruisische leiding te verenigen. Als de Pruisische koning ook nog weigert keizer te worden, is de nederlaag van het liberaal nationalisme compleet. Het is een broeierige situatie die in 1848 overblijft. De Duitse Bond blijft bestaan totdat in 1862 Bismarck zich ermee gaat bemoeien.

Italië. Heeft een lappendeken van staten en staatjes. Er is al langer een eenwordingsbeweging actief. De revolutie die uitbreekt in Europa heeft in Italië misschien wel het sterkst een nationalistisch karakter. Het koninkrijk Savoy-Piemont onder Karel Albert neemt na de revolutie het voortouw en trekt met een leger op naar Oostenrijk. De pauselijke troepen steunen hem in eerste instantie. De paus heeft nog een staat en dus ook een leger! Hij is een wereldheerser. Maar Karel aarzelt. Hij maakt wat fouten. Reageert niet adequaat als de Oostenrijkers langzaam zijn en maakt geen sterke indruk. De paus houdt niet van verliezers en trekt zijn leger terug met het argument dat hij niet kan vechten tegen een katholieke vorst: de keizer van Oostenrijk. In eerste instantie steunde hij dus wel de eenwordingsbeweging van Italië. Hij moet het moeilijk gehad hebben in die tijd. Oostenrijk houdt zijn Noord-Italiaanse gebieden en alles blijft bij het oude.

Europa heeft gebeefd in 1848, maar er gebeurt feitelijk niets. Er vallen wat doden maar dat is goed katholiek en hen blijft verdere ellende op aarde bespaard. De royalisten blijven op de eerste lijn, de liberalen hebben verloren. De nationalisten ook. De feodale verhoudingen zijn nog niet verdwenen. De oude adel geeft niet zo gauw op. Geeft nooit op. Maar er is toch iets veranderd.

Het absolutisme in centraal Europa heeft weer een knauw gekregen.

Er is geleerd.

Elke winst heeft een verliezer.

Bewustwording. Verliezershaat.

In Italië gist het verder en in Europa komt de irrationele haat van de Kerk, de oude feodalen, de adel en de nieuwe machthebbers, de bourgeoisie, voor het socialisme aan de oppervlakte.

De hele periode tussen 1848 en 1870 is er een van de vorming van Italië. Het is ingewikkeld, maar Frankrijk beschermt de pauselijke staat en Rome. Dat waren ze sinds Pepijn de Korte verplicht. Patricius Romanorum. Als Frankrijk in 1870 Rome moet verlaten om te vechten tegen de Duitsers, nemen de Italiaanse troepen Rome in en roepen de stad uit tot hoofdstad van Italië. De pauselijke staten zijn dan al bij het eengeworden Italië gevoegd. De paus heeft alleen het Vaticaan nog maar. Van nu af aan is hij echt alleen een heerser over de [goed]gelovigen. Als doekje voor het bloeden maken de kardinalen de paus onfeilbaar bij het eerste Vaticaans concilie dat vanaf 1869 gaande is PAGEREF _Ref81284074 . De Kerk is gedegradeerd.

Het is vooral in Duitsland een gefrustreerde situatie die overblijft na de revolutie. De liberale bourgeoisie heeft het wel gehad en emigreert massaal. Tweeëneenhalf procent van de bevolking en negenhonderd miljard rijksmarken gaan naar de VS. De heersers van Europa jagen voor de eerste keer hun intellect naar de overkant van de plas, omdat ze hun feodale privileges willen houden. Alleen dat al toont de incompetentie en zelfgenoegzaamheid van de heersende klasse aan.

Ze regeren niet rationeel.

Ze regeren voor korte termijn eigenbelang.

De Duitse situatie rommelt wat aan tot in 1862 Bismarck aan de leiding komt in Pruisen. Hij weet met een aantal slimme manoeuvres en interne oorlogen de staten uiteindelijk op een lijn te krijgen en Oostenrijk buitenspel te zetten in de Zeven Weken Oorlog in 1866. Bismarck heeft begrepen, dat een revolutie toch betekent dat er iets moet veranderen. En als het niet goedschiks kan dan maar kwaadschiks.

In 1868 wordt Isabella II in Spanje afgezet. Bismarck stelt voor om Leopold Hohenzollern-Sigmaringen voor te dragen. Spanje gaat akkoord, maar Frankrijk raakt in de hoogste alarmfase. De combinatie van Pruisen en Spanje gaat te ver en lijkt bijna een nieuw keizerrijk tot stand te brengen. Onder druk van Frankrijk gaat het niet door, maar Wilhelm I, koning van Pruisen, weigert te bevestigen dat Leopold nooit meer kandidaat zal zijn. Wilhelm stuurt deze informatie per telegram naar Bismarck. Die wijzigt het telegram, maakt er een degelijke provocatie van en publiceert het. Het Ems telegram. Hij had slechts een doel: Frankrijk verleiden tot een oorlogsverklaring. Niets is beter om eenheid te kweken dan een gemeenschappelijke vijand.

Duitsland wilde oorlog tegen Frankrijk.

En Frankrijk laat zich verleiden.

Napoleon III verklaart de oorlog aan Duitsland op 19 juli 1870. Zijn militaire adviseurs hadden hem verteld dat hij zou winnen. De nationale trots lag voorop. Vanaf het begin van de oorlog doet Duitsland het beter. Er wordt sneller en efficiënter gemobiliseerd. 380.000 Man. Veel Franse eenheden komen te laat en zijn slecht of onvolledig uitgerust. Na de eerste nederlaag, de slag bij Wörth op 6 augustus 1870, trekt de helft van het Franse troepen onder Achille Bazaine zich terug op Metz. Hij wordt nog twee keer verslagen op 16 en 18 augustus en komt de dekking niet meer uit om te vechten. De ander helft van de Franse troepen onder Patrice Mac-Mahon en met Napoleon III in hun midden trekt zich terug naar het westen. Probeert Bazaine te bevrijden, maar wordt compleet verslagen in de slag bij Sedan op 31 augustus. Op 2 september zijn de troepen bij Sedan volledig omsingeld en moeten ze zich overgeven. De aanvoerder en de keizer bevinden zich onder de krijgsgevangenen. Omdat het andere deel van het leger vast zat bij Metz, was dit dus de feitelijke totale overgave.

Er is dan Frans verzet. Er komt een nieuwe regering van verdediging van het vaderland. Op 4 september wordt die geïnstalleerd. De keizer wordt afgezet en de 3e Republiek is een feit. Op 19 september beginnen de Duitsers een belegering van Parijs. Onderhandelingen worden afgebroken als Frankrijk hoort dat Duitsland de Elzas en Lotharingen hebben wil. Er wordt een nieuw leger georganiseerd door León Gambetta die in een ballon het belegerde Parijs verlaat. Het zet geen zoden aan de dijk. Bazaine capituleert met 140.000 man bij Metz op 27 oktober 1870 en Parijs geeft zich over op 28 januari 1871.

De wapenstilstand van 28 januari bevatte een artikel dat rekening hield met een verkiezing van de Franse Assemblée nationale dat de definitieve vrede kon onderhandelen. Die regeling werd uitonderhandeld door Thiers en Favre en werd 26 februari getekend en 1 maart geratificeerd. De definitieve vrede wordt getekend in Frankfurt op 10 mei 1871. Het lijkt veel al die data. Nutteloos wellicht. Maar daartussen breekt in Parijs de hel los.

De Commune van Parijs.

Het is sinds de Franse revolutie niet meer rustig geweest. De revolutie heeft laten zien dat het mogelijk is aan een bestaande situatie iets te veranderen. Het heeft bewustzijn gekweekt. Bewustwording en leren gaat niet van de ene dag op de andere. Het kost tijd. Er is een socialistisch gistingsproces aan de gang terwijl de royalisten denken terug te zijn en denken Frankrijk te restaureren naar het model van voor de revolutie. Wat maar gedeeltelijk lukt. De bourgeoisie is ook niet gelukkig met de post-revolutionaire situatie, maar houdt zich koest.

De arbeiders roeren zich af en toe. De opstand van de Lyonese zijdewevers, de ‘canuts’, in 1831, die in hun proclamatie van 23 november de medezeggenschap voor arbeiders in de regering eisten, is een voorbeeld. Een tweede voorbeeld is de revolutie van 1848. In februari 1848 had het Parijse volk Lodewijk-Philips onttroond, de 2e republiek uitgeroepen en het algemeen stemrecht ingesteld. Dat was toch meer ook een bourgeois-revolutie gevolgd en ondersteund door de arbeidersbeweging. De Parijse arbeiders, die onder meer de oprichting van nationale ateliers eisten, werden door de burgerlijke regering na barricadegevechten verslagen. De vervolgde socialistische opstandelingen van 1848 en 1849 weken uit, en probeerden in het buitenland hun actie voort te zetten. Het was een communistisch vervolg van een bourgeois revolutie. En de bourgeoisie reageerde op dezelfde manier waarop de koning of keizer gereageerd zou hebben. Met geweld.

De communisten deden wat ze van de Kerk hadden geleerd. Ze waren slachtoffer en dus trokken ze het eigendom van de revolutie naar zich toe. Het socialisme werd een religie. Het werd emotioneel. Het socialisme werd concurrent van Rome.

Lijden is niet meer alleen christelijk.

Lijden is socialistisch.

1871 Is een echte socialistische revolutie. Als de bourgeoisie na de nederlaag bij Sedan ogenblikkelijk de 3e republiek uitroept en met de Duitsers gaat onderhandelen begint het te gisten.

In het Duitse Brunswijk verschijnt het Manifest van het Comité van de Sociaal-democratische Arbeiderspartij. Aan alle Duitse arbeiders! Hierin wordt geëist: Een eervolle vrede voor Frankrijk! Tegen de annexatie van de Elzas en Lotharingen! Erkenning van de Franse republiek. De Engelse arbeiders beleggen massa-meetings en demonstraties ter ondersteuning van de eis de Franse republiek te erkennen en wel in Londen, Birmingham, Newcastle en andere grote steden. Organisatoren zijn de Engelse vakbonden in samenwerking met de Socialistische Internationale. Marx schrijft een tweede stuk over de Frans-Duitse oorlog. De arbeiders worden onrustig.

Dan wordt Parijs belegerd. Parijs valt en de onderhandelingen over de vrede beginnen. Geheel parallel aan het beleg en de onderhandelingen ontstaat zo de commune. Op 31 oktober 1870 is er al een opstand en wordt het stadhuis tijdelijk bezet. Op 21-22 januari 1871 wordt het nog een keer geprobeerd. Nu wordt de opstand en de poging de commune in te stellen bloedig neergeslagen. Op 26 februari is dan de voorlopige vrede getekend. Er is dan al een Centraal Comité en verkiezingen voor de commune worden gehouden. Op 18 maart probeert de regering de Parijse arbeiders te ontwapenen en de Nationale Garde haar geschut te ontnemen. De macht is in handen van het Centraal Comité. De burgerlijke regering vlucht naar Versailles. Op 22 maart is er een contra-revolutionaire demonstratie van monarchisten in Parijs, die uiteen wordt gejaagd door de communisten. In Lyon bezetten Nationale Gardisten en arbeiders het stadhuis. Proclamatie van de Commune van Lyon. Op 23 maart volgt de uitroeping van de Commune van Marseille, die op 4 april weer door regeringstroepen wordt neergeslagen. Dan volgt op 28 maart de proclamatie van de Commune van Parijs. Het Centraal Comité van de Nationale Garde draagt de macht over aan de Commune. Gelijktijdig wordt op de conventie van Rouen tussen Thiers en Bismarck het aantal vrij te laten krijgsgevangenen van 40.000 naar 80.000 verhoogd en korte tijd later weer verhoogd tot 100.000. Dit geeft aan dat Bismarck de massa tevreden wilde houden en Thiers een leger gaf om de opstand te onderdrukken. Bismarck was niet gebaat bij een geslaagde revolutie die wel eens naar Duitsland over kon slaan en Thiers, de verslagen vijand, moest hij dus ondersteunen waar hij kon. Bismarck kende zijn reactionaire pappenheimers thuis. De commune is dan wel realiteit, Bismarck negeert haar volkomen en praat door met de 3e republiek alsof de commune niet bestaat.

De commune begint daadwerkelijk te regeren of althans poogt te regeren. Marx wordt op 18 april verzocht zijn Boodschap aan de Algemene Raad der Internationale Arbeidersassociatie te schrijven over de aan de gang zijnde burgeroorlog. Want dat is het natuurlijk. Het is een geweldig stuk socialistische lectuur met alle retoriek die je maar kunt bedenken. Het mag niet baten. Het stuk verschijnt op 20 mei. Op 21 mei vergadert de commune voor het laatst. Van 22 – 28 mei worden er straatgevechten geleverd in Parijs. Op 28 mei worden tegen de Mur des Fédérés, muur van het Parijse kerkhof Père-Lachaise, tweehonderd Communards – ook wel fédérés genoemd naar de Republikeinse Federatie van de Nationale Garde – na een bloedige strijd standrechtelijk geëxecuteerd. Tot in juni worden de communards achtervolgd. Tienduizenden worden gevangen genomen, duizenden gedeporteerd, honderden geëxecuteerd. Vrouwen en kinderen niet uitgesloten. Het is de laatste echt grote [poging tot een] socialistische revolutie in Frankrijk. Vanaf dit moment heeft Frankrijk een bourgeois regering en een 3e republiek. Adolphe Thiers is de eerste president. Revoluties op basis van adellijke- en bourgeois-filosofen zijn prima. Men was daar net een beetje aan gewend. Revolutie op basis van het volk is anders. Het moet niet te gek worden.

Als de commune is verslagen, wordt het verdrag van Frankfurt geïmplementeerd. Duitsland krijgt Elzas-Lotharingen met Metz. Frankrijk moet vijf miljard franc betalen.

Maar de glorie was voor Bismarck. Op 18 januari 1871 wordt Wilhelm I, koning van Pruisen tot Duits keizer uitgeroepen. In de spiegelzaal te Versailles.

Frankrijk was vanaf de Dertigjarige Oorlog een dominante factor in Europa geweest. Napoleon had dat nog bevestigd, al was het kort. Nu breekt een periode van Duitse militaire hegemonie aan. Het is een ongemakkelijke vrede tot 1914.

Elke winst heeft een verliezer.

Verliezershaat.

De Kerk lijkt uit het beeld verdwenen en in zekere zin is dat ook zo. De Kerk staat niet meer in het centrum van de macht. Is gedegradeerd. De Kerk is een politiek invloedsveld geworden en niet meer dan dat. Maar een met ervaring. Een niet te onderschatten invloed. Paus Pius IX, eenendertig jaar aan de macht, het langste pontificaat in de geschiedenis, heeft Maria al onbevlekt ontvangen verklaard in 1854, hetgeen Bernadette Soubirous ertoe beweegt haar in een grot te zien verschijnen (1858). Algemeen neemt de Mariaverering toe door het nemen van deze maatregel. Maar in de acties rond de kerkelijke staat en de eenwording van Italië weet hij toch niet goed wat hij moet doen. Hij verbiedt de Italianen aan politiek te doen. Je kunt net zo goed seks verbieden. Geen zicht meer op de werkelijkheid, maar wel enorme invloed. En dat is het probleem van de Kerk. Ze zal als een macht via de kansel naast de wereldmacht blijven staan. Het zal voorlopig onmogelijk zijn haar uit te vlakken. 1500 jaar christendom staat geëtst in de samenleving.

In 1869 is er het 1e Vaticaans concilie. Het 20e oecumenisch concilie. Het is het eerste oecumenisch concilie sinds 1545. Op dat concilie worden de aanvallen vanuit de wereld op het geloof veroordeeld. Tegelijk wordt de paus onfeilbaar verklaard met een krappe meerderheid. Het contact met de werkelijkheid is zoek.

De Franse bisschoppen waren gedurende de oorlog met Duitsland niet aanwezig.

Een van de eerste gevolgen van het eerste Vaticaans concilie is dat een aantal katholieken zich niet kan verenigen met de conclusies ervan. Zij verenigen zich in de Kerk van Utrecht en staan bekend als de oud-katholieken. Het is niet zo dramatisch en groot als de hervorming van begin 16e eeuw, maar het is een scheuring en het is tekenend voor de situatie.

Dan komt in 1878 paus Leo XIII en hier doet zich ogenschijnlijk een omslag gelden. Hij lijkt zich te realiseren dat de oude wereld niet terug komt en dat Rome, van nu af het Vaticaan, zijn politiek op een andere manier moet vorm geven. Hij probeert de anti-klerikale beweging in Frankrijk met de Kerk te verzoenen. Hij richt zich definitief op de republiek. Hij zet zich ook af tegen de excessen van het kapitalisme. Het is de eerste keer dat een paus zich zo uitlaat. Wordt de Kerk een socialistisch bolwerk?

Nee.

Het zoeken naar de macht begint opnieuw.

De oude politiek wordt niet verlaten. Alleen vang je met stroop meer vliegen dan met azijn. Als er een geünificeerd, niet socialistisch, Europa kan komen, dan zal het Vaticaan zich daarvoor inzetten. De Kerk spant altijd samen met het wereldlijk gezag en zal zijn schaapjes ook altijd blijven vertellen dat ze zich moeten onderwerpen aan dat gezag. Hierin verschilt ze niet van de gereformeerde kerken. Het leidt tot grote consequenties op het sociale vlak als de Kerk zich gaat verzetten tegen het socialisme en het communisme. Tegen alle goede dingen van het socialisme en communisme. De kreet dat religie opium is voor het volk valt slecht. De Kerk zal een permanente tegenstander – nee, vijand – zijn van het socialisme en communisme. Het zal een continue scheefgroei naar de liberale, kapitalistische en fascistische kant van het politieke veld tot gevolg hebben. Onpartijdigheid is de Kerk altijd vreemd geweest. Nu is de richting werkelijk expliciet. De macht van de Kerk is indirect geworden. In zekere zin ondergronds. En wordt daarmee moeilijker te zien.

Ze is er.

En ze is groot.

Voor Frankrijk is vooral het verlies van Elzas-Lotharingen pijnlijk. Het groeiend imperialisme bij de Duitsers doet het wantrouwen bij de Fransen toenemen. De wederzijdse vijandschap is een goede voedingsbodem om van beide kanten juichend naar het front te gaan. Dat mag na 28 juni 1914. De slachtingen zijn hevig. De slag om Verdun wordt door de Duitse minister van oorlog ingezet, omdat hij weet dat de Fransen het daar nooit op zullen geven. Hij wil die uitputting. Hij wil de slachtoffers. Hij had alleen niet bedoeld dat het aan beide zijden zou zijn. Zo gaat het langs het hele front. Vier jaar lang.

Er is veel over geschreven. Een ding is erg duidelijk. De verschillende partijen wilden oorlog. De hele diplomatie was gericht op oorlog. Het volk stond volledig buitenspel, maar ging juichend naar het front. Vanaf 28 juni 1914, terwijl keizer Wilhelm langs de kust van Noorwegen vaart en keizer Frans-Joseph allang de weg kwijt is, zijn de ambtelijke oorlogssmeden hard aan het werk. Op 23 juli stelt Wenen een ultimatum aan Belgrado. Belgrado gaat mobiliseren. Dan gaat de mobilisatiemachine in werking als gevolg van alle internationale verdragen en hulpvragen die dan rondgaan. Op 28 juli verklaart Oostenrijk de oorlog aan Servië PAGEREF _Ref81284074 .

Op 29 juli probeert de Socialistische Internationale een pacifistisch standpunt te formuleren. Een dag later wordt Jean Jaurès, gerespecteerd lid van die Internationale, vermoord door een nationalistische landgenoot.

Frankrijk wilde oorlog. Frankrijk wilde vergelding voor 1870. Niks pacifisme. Het is 1914.

Op 1 augustus verklaart Duitsland de oorlog aan Rusland.

Op 2 augustus verklaart Duitsland de oorlog aan Frankrijk.

Op 4 augustus valt Duitsland België binnen.

Op 4 augustus verklaart Engeland de oorlog aan Duitsland.

Op 11 november 1918 is het afgelopen.

Het Duitse keizerrijk bestaat niet meer.

Het Oostenrijks-Hongaarse keizerrijk bestaat niet meer.

Het Russische keizerrijk bestaat niet meer.

Het Ottomaanse rijk bestaat niet meer.

De Kerk heeft hier weinig directe invloed op. Zij ondersteunt de eerste hulp aan slachtoffers. Benedictus XV probeert ook in de vredesonderhandelingen iets bij te dragen en schrijft een notitie waarin hij stelt dat de ontmanteling van het Oostenrijks-Hongaarse keizerrijk niet goed is. Dat is niet slim en wijst op gebrek aan inzicht. Het is typisch kerks. Het Habsburgse rijk was een katholiek rijk en moet ondersteund worden. In 1917, dan pas, als alle absolute monarchieën zijn gevallen, veroordeelt hij de oorlog als een nutteloze slachting. Tot 1917 was het blijkbaar een nuttige slachting. Nuttig te strijden voor de zaak van de goddelijke absolute monarchieën. Voor het eerst wordt de Kerk beschuldigd van het demoraliseren van de troepen en ondervindt zij tegenstand in Frankrijk en Italië. Het is geen toeval. Deze oorlog is juist de oorlog waarin met alle oude machten wordt afgerekend. Er is geen weg terug. Van nu af zijn er alleen politieke velden. En Amerika is toegetreden tot de wereldpolitiek. Bij aanvang van de oorlog was het leger van Amerika niet groot en president Woodrow Wilson had niet veel zin om mee te doen. Als Duitsland een onbeperkte onderzeebootoorlog begint moet hij wel. De oorlogsindustrie komt op gang. Het blijkt een economie op zichzelf.

Invloedssferen.

De Kerk moet opnieuw leren.

In 1917 heeft Lenin met zijn aanhang het allang rommelende Rusland een schop gegeven en meegetrokken in de vaart der volkeren. Het gaat niet zachtzinnig. Waar wel? Het feodale regime van Tsaar Nicholaas II valt en de eerste communistische staat is een feit. De strijd tegen de feodale regimes in Europa is dan ten einde. De strijd tussen het kapitalisme en het communisme kan beginnen en wordt aangewakkerd door het totalitaire karakter van de communistische staat. Als de revolutie begin jaren twintig eenmaal voorbij is, ontwikkelt zich een staat waar onderwijs, wetenschap, landbouw en kunsten allemaal in het teken van de nieuwe glorieuze staatsreligie wordt geplaatst. Want laat een ding duidelijk zijn, religie zoals we dat kennen van Rome is dan wel taboe in het Rusland van na Lenin, de staatstheorie zelf, de socialistische theorie van Marx, wordt beleden als een godsdienst. Het leidt onder andere tot de krankzinnige ‘wetenschappelijke theorie’ dat aangeleerde eigenschappen erfelijk zijn. Het is de basis voor heropvoedingskampen en andere uitwassen.

We zien hetzelfde als bij de reformatie van vlak na 1500. Men zet zich af tegen Rome, maar men zet een analoog systeem op. Inclusief een inquisitie.

Lenin schijnt gezien te hebben dat Stalin meedogenloos was en schijnt daarbij geadviseerd te hebben hem uit de functie van secretaris-generaal te zetten. Waar of niet, het lukt in elk geval niet en Stalin blijft tot 1953 aan de macht. Dertig jaar meedogenloze terreur op zijn eigen bevolking. Paranoïde. Persoonsverheerlijking. Vanaf 1927 gaat Stalin alleen. In 1928 gaat het eerste vijfjarenplan van start, met de nadruk op de collectivering van de landbouw en op de industrialisatie. Het land mag dan communistisch zijn, er moet wel worden geproduceerd. Het gevolg is een grote hongersnood in 1932-33. Niet vreemd. De productie van voedsel gaat niet zo goed als je de boeren niet laat boeren zoals ze kunnen en willen. De hongersnood zal het Stalin zeker niet makkelijk hebben gemaakt en als hij op 31 december 1933 het eerste vijfjarenplan voltooid verklaart, begint feitelijk ook de grote terreur. Er zijn fouten gemaakt en daar moeten mensen voor boeten. Dat het idee zelf niet goed is komt niet boven drijven. Het wordt waarschijnlijk vermoord voor het de oppervlakte bereikt.

In het westen is dan ondertussen het feest, de roaring twenties, van na de Eerste Wereldoorlog afgelopen en is de wereld in 1929 in een diepe kapitalistische crisis gestort. Jammer. Het beste systeem der systemen. Hoe kan dat nou? Het lijkt de wereld van Candide wel. Het rommelt. Je kunt moeilijk volhouden dat je het beste systeem ter wereld hebt, als de boeren in je land verrekken en afgeknepen worden door de banken van het kapitalisme. De enige overvloed zijn de faillissementen. Mensen raken hun spaargeld kwijt, een kwart van de kostwinners is werkeloos, mensen die steun trekken krijgen niet genoeg geld om hun brood te kopen en veel boeren zijn er net zo slecht aan toe vanwege de lage prijzen van de agrarische producten. Het zijn dramatische situaties tussen 8 november 1932, de verkiezing van Roosevelt, en 4 maart 1933, zijn inauguratie. Dan begint Roosevelt met zijn New Deal. Het is een serie wetten die de neerwaartse spiraal moeten keren. De eerste maatregel is, direct na zijn aantreden, het sluiten van alle banken en het bij elkaar roepen van het congres om een noodverband aan te leggen. Er komt een staatsverzekering voor banken die spaargeld tot $ 5000,- garandeert. Het werkt. De banken gaan weer open en opnames zijn lager dan stortingen. Het primaire vertrouwen in het financiële circuit lijkt hersteld. Het gaat verder met werkgelegenheidsprojecten en wetten die de arbeidsomstandigheden en minimum loon regelen (De Fair Labor Standards Act van 1938). De laatste wet verbiedt ook kinderarbeid en wordt gevolgd door een wet die de sociale zekerheid regelt. Het ongebreidelde kapitalisme heeft een image-probleem. Marx krijgt toch een beetje gelijk, al blijft de revolutie uit. Roosevelt wordt door tegenstanders zelfs voor communist uitgemaakt. Dat zijn we gewend in Amerika. Iedereen die daar een boterham te eten heeft, noemt iedereen die alleen al naar de boterham kijkt communist. In de jaren vijftig wordt dat nog erger. Maar dat is een ander verhaal. De New Deal werkt. Gedeeltelijk. Het blijft een moeilijke tijd en een kwakkelende economie tot de oorlog.

Het gaat ook niet goed met Duitsland. Direct na de Eerste Wereldoorlog is er het beeld van economische ellende en politieke chaos. In het oproerige Duitsland vond de regering het haar belangrijkste taak de orde te handhaven. Daarvoor was de oude legerkring nuttig en zo kreeg het oude conservatieve monarchale blok weer voet aan de grond. De angst voor een bolsjewistische revolutie, die trouwens over heel Europa aanwezig was en bijna paranoïde vormen aannam, wakkerde het conservatieve waakvlammetje weer verder aan. Als de Fransen in 1923 dan ook de Ruhr bezetten en er een enorme inflatie ontstaat, is de economische ontwrichting kompleet. Allerlei groepen doen zich gelden van rechts-radicalen tot extreem communistische afsplitsingsbewegingen. Hoewel het tot 1929 iets beter gaat, blijven de conservatieve, zeg maar feodalistische, partijen vreemd staan tegenover de democratie. Dat is het tekort van Duitsland.

Sinds de invoering van het christendom heeft het land geen democratie gekend en is conservatief en christelijk van aard. Alle initiatief is doodgeslagen door de hiërarchische katholiek-christelijke tradities. Dat kan ook niet in een keer goed gaan. Als dan in 1929 de beurzen instorten en de werkeloosheid oploopt tot 6 miljoen in 1932 neemt het radicalisme en extremisme weer hard toe. En de democratische bourgeois-regering heeft geen antwoord. Dat kan ook niet.

Democratie werkt alleen in een economisch acceptabele situatie waar te eten is.

De Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei, de NSDAP van Adolf Hitler, wint in 1930 107 zetels in de Rijksdag en is daarmee de tweede partij. Tussen 1930 en 1933 wordt wanhopig geprobeerd de politieke en economische crisis de baas te worden. Als in 1932 de NSDAP als grootste partij uit de verkiezingen komt, wordt elke mogelijke regering verlamd. Uiteindelijk wordt Hitler rijkskanselier van een coalitieregering. Op een volstrekt legale en democratische wijze op 30 januari 1933 PAGEREF _Ref81284074 .

Dan begint het schizofrene van nazi-Duitsland. In een sneltreinvaart verdwijnen alle coalitiepartners en heeft Hitler een eenpartijregime. Hij maakt gebruik van een ongekende terreur. De Rijksdagbrand, het Ermachtigungsgesetz, de nacht van de lange messen, de opheffing van de vakbonden, arrestaties, concentratiekampen voor politieke tegenstanders en de eerste jodenvervolgingen. Maar, aangejaagd door de verbetering van de internationale economie en steunend op een bewapeningsindustrie, stijgt de conjunctuur in Duitsland en kan hij op steun rekenen.

Het is dubbel. Economisch succes en het volk te eten ten koste van mensen en vrijheden.

Daarmee ligt de schuld wel bij de rest van Europa, Frankrijk met name, die het land na WO I hadden afgeknepen. Liefde gaat door de maag. Ook democratische liefde.

Na Hindenburgs dood in augustus 1934 wordt Hitler staatshoofd en dictator. Hij wordt in zijn buitenlandse politiek steeds agressiever en als het westen hem in 1938 op de conferentie van München niet aan durft te pakken is de beer los. Hitler stuurt regelrecht op een oorlog aan. In 1938 en 1939 worden Oostenrijk, Sudetenland, Bohemen en Moravië zonder oorlog ingelijfd als deel van Duitsland. Dan valt hij op 1 september 1939 Polen binnen.

Militair was Duitsland nog veel sterker dan in de Eerste Wereldoorlog. Door de successen werd het Nationaal Socialisme nog sterker. Maar Hitler doet hetzelfde als Napoleon. Hij valt Rusland binnen. In juni 1941. Hij vecht op vele fronten. Amerika ziet dat ze niet afzijdig kan blijven. Hier wordt voor de komende generaties de wereld verdeeld.

De macht verdeeld.

Het geld verdeeld.

Japan vecht en valt Amerika aan. Dat komt goed uit. Toeval bestaat niet. Nu kan ze zo maar mee doen. Het is een echte wereldoorlog. WO I had een beperkt front. Het was afgrijselijk, maar beperkt.

WO II is werkelijk overal. In elk dorp, in elk huis.

Als Duitsland in de tang van Amerika en Rusland sneuvelt en de massaslachting op de joden wordt gezien, is Duitsland niet alleen verslagen, maar moreel ontredderd. Joden, zigeuners en alle minderheden die je maar kunt bedenken werden afgeslacht. Politieke tegenstanders op de meest gruwelijke wijze vermoord. Meer dan zes miljoen doden. Het is moeilijk slikken voor het volk.

Het moet moeilijk zijn in dat land geschiedenis te studeren.

Duitsland was gewelddadig, maar niet gewelddadiger dan heel Europa de eeuwen ervoor, al zien anderen dat graag anders. Ja, door de techniek en de daaruit volgende schaal ziet het er anders uit. De media spelen een rol. Maar fundamenteel is er geen verschil. Of ik nu in de periode van Clovis politieke tegenstanders levend in een put zie verdwijnen, of de inquisitie zie martelen en brandstapelen. Of ik nu de slachting in Jeruzalem in 1099 zie, de slachting van de katharen of de Bartholomeusnacht. Duitsland is niet anders. Duitsland gaat de machtsstrijd aan. En doet dat met oorlogen. Met vervolgingen. Tegen joden. Tegen zigeuners. Tegen politieke tegenstanders. Tegen alles en iedereen die zich leent voor vervolgingen. Ordonner et exclure.

In de beste christelijke tradities.

Van roomse en van protestantse zijde.

Al in 1050 werd in de sequens voor de Hoogmis van Pasen, Victimae paschali laudes, het negatieve van de joden in het gregoriaans bezongen. De zesde strofe (van totaal zeven) luidt: de eerzame Maria alleen is meer te geloven dan de massa van leugenachtige joden PAGEREF _Ref81284074 . Het klinkt ongetwijfeld erg mooi, gezongen in een grote kerk door een koor van vrome monniken.

Pierre le Vénérable had rond 1150 al aan Lodewijk VII geschreven, na hem alle steun en gebed voor de tweede kruistocht te hebben toegezegd, dat de ennemies intérieurs aandacht behoefden. De nog vijandiger mensen die godslasterlijk, beledigend en oneerbaar zijn bij elk christelijk heiligdom en bij de christelijke mysteries [de joden dus; HR] moeten volgens Pierre dan maar blijven leven maar hun eigendommen moeten geconfisceerd worden. De koninklijke bescherming moet worden beschouwd als een oude maar duivelse wet PAGEREF _Ref81284074 . Als onderbouwing geeft hij de klassieker in de jodenhaat. Psalm 139 vers 21/22: Zou ik niet haten, HEERE! die U haten? en verdriet hebben in degenen, die tegen U opstaan? Ik haat hen met volkomen haat, tot vijanden zijn zij mij. PAGEREF _Ref81284074 Pierre plaatst ze op hetzelfde niveau als godslasterlijke heidenen. En daarvan had Bernard de Clairvaux al duidelijk gemaakt dat je die beter af kon maken dan laten leven.

Luther is in eerste instantie tolerant, maar in 1543 schrijft hij twee gewelddadige boeken tegen de joden. Zijn interactie met verschillende rabbijnen hadden hem vervuld met afschuw en woede over hun trots, koppigheid en godslasterlijkheid. Hij kwam tot de conclusie, dat het zinloos was met hen te discussiëren en dat het onmogelijk was hen te bekeren. Moses kon niets met de Farao doen dan waarschuwen, plagen sturen en wonderen doen, maar moest hem uiteindelijk in de Rode Zee laten verdrinken. De joden zouden hun eigen Messias kruisigen, als die ooit zou komen, op een kwalijker wijze dan dat ze de christelijke Messias hadden gekruisigd. Ze zijn een blind, hard en niet te verbeteren ras. Hij ging zo ver dat hij adviseerde hen te verbannen uit de christelijke landen, hun boeken te verbieden en hun synagogen en zelfs hun huizen te verbranden waarin ze onze Redder en de Heilige Maagd godslasterlijk bejegenen. In de laatste preken in Eisleben waar veel joden mochten handelen, besloot hij met een harde waarschuwing tegen de joden als gevaarlijke publieke vijanden die niet zouden moeten worden gedoogd en die geen alternatief moesten hebben dan bekeren of verbanning PAGEREF _Ref81284074 .

De lijn van bestrijding van ketters, joden en moslims is Europees, christelijk, zonder onderbreking en zonder eind.

Het was dom. Erg dom. Hitler was dom. De Duitsers als volk waren dom. Los daarvan is Duitsland, zonder enige aarzeling, schatplichtig aan alle andere oorlogen die eerder zijn gestreden in naam van God en in naam van Frankrijk of van welk land dan ook. Europa. Kerk, Frankrijk, Engeland, Spanje, Oostenrijk en noem maar op, zijn via de geschiedenis schuldig aan de Tweede Wereldoorlog. Hitler was instrumenteel. Als de concentratiekampen en gaskamers er niet waren geweest, was de Tweede Wereldoorlog een aberratie in de geschiedenis geweest en Hitler een machthebber die de loop van de tijd niet zag en de absolute macht wilde restaureren.

De Kerk staat aan de kant en kijkt toe. Het is Pius XII die kijkt. Ook hier is wat de baas wil vaak anders dan wat zijn ondergeschikten willen. Sommige priesters verzetten zich tegen het Nationaal Socialisme en betalen met hun leven.

Maar de paus zwijgt. De Kerk is stil.

Het is het eeuwige verschil tussen de staat en de onderdanen.

Paus Johannes Paulus II wil Eugenio Pacelli, Pius XII, heilig verklaren. Dat lijkt toch wat overdreven. Het Vaticaan verleende nazi-Duitsland handelingsvrijheid en steun. In 1933 sloot Pacelli namens de toenmalige paus Pius XI met Hitler een concordaat tussen het Vaticaan en Duitsland. Toen Pius XII in de lente van 1942 de eerste betrouwbare informatie over de genocide ontving en door de geallieerden en joodse organisaties werd gevraagd zich ertegen uit te spreken, deed hij aanvankelijk niets. Pas op 24 december 1942 had hij het in de kersttoespraak over de honderdduizenden die geheel buiten hun eigen schuld, soms alleen vanwege hun religie of ras, worden uitgekozen om vermoord of geleidelijk uitgeroeid te worden. Het is HET citaat van het Vaticaan als de houding van de Kerk in de Tweede Wereldoorlog ter sprake komt. Het is HET citaat waar een conflict over is, want er zit een enorme afstand tussen de massamoord die gaande was en de vage ontwijkende formulering die op iedereen zou kunnen slaan. Daarbij is het te weinig en te laat. Het is een erkenning dat er gemoord wordt, maar niets over wie, hoe, wat en over de schaal. Honderdduizenden zijn nog geen miljoenen. De Kerk staat op het standpunt dat de uitspraak voldoende was.

De jodenhaat zit ingebakken in het katholieke systeem. Al sinds Cluny en waarschijnlijk nog eerder PAGEREF _Ref81284074 . Aan het eind van de middeleeuwen had de Spaanse inquisitie al gezorgd dat christelijke joden niet mengden met de katholieke populatie. De parallel met nazi-Duitsland is niet gering. De katholieke theologie heeft de stelling dat de joden als volk Jezus vermoord hebben. En dat zal ze nagedragen worden. Het lijkt onuitroeibaar. Op de eerste reis kom ik een pelgrim tegen die deze stelling bloedserieus betoogt.

Dan, ook niet gering, heeft de Kerk een hekel aan de socialistische staten die de religie, maar zeker het christendom uit willen bannen. Het is in Rusland ook gebeurd. De Kerk is niet tegen Stalin, de Kerk is tegen het communisme. En Hitler was dat ook.

Joden weg en communisme weg. Twee vliegen in een klap.

Pius XII had zijn kaarten op Hitler gezet, al wordt dat niet gezegd.

De controverse is [nog steeds] groot. Details laten altijd voor en tegen zien. Bewuste mist.

Het is mij duidelijk.

In mei 1945 is het afgelopen. Amerika en Rusland hebben gewonnen. Dat is niet zo best, want die houden niet van elkaar en we hebben meteen weer een volgend probleem. In Jalta wordt de wereld verdeeld. De verdeling van het slagveld blijft. De miljoenen doden, zevenentwintig miljoen burgers en militairen van de Sovjet Unie tegen driehonderdduizend Amerikaanse soldaten, moeten iets opleveren. Als in augustus 1945 de atoombom valt, blijft de schaduw van de paddestoel nog lang over de wereld hangen. Binnen een jaar na de oorlog is het duidelijk. …Van Stettin aan de Oostzee tot Trieste aan de Adriatische Zee is een ijzeren gordijn over Europa neergedaald. … (Churchill). De koude oorlog is begonnen.

Toen de economische ontwikkeling direct na de oorlog niet best ging en het communisme behoorlijk terrein won, begon Amerika met de Marshall-hulp. Geld voor de ontwikkeling van de landen. Stalin zag het niet zitten en deed niet mee. De landen onder zijn invloedsfeer mochten het geld van Amerika ook niet ontvangen. De scheidslijn was getrokken. Het communisme werd bevochten met zijn aartsvijand. Het geld.

In 1948 wordt Israël gesticht. Uit respect voor de overlevenden van de holocaust. In Palestina op historische gronden. De historie leeft. Israël betreedt het beloofde land. De weg wordt een tweede keer gelopen.

Een geldhervorming, een blokkade, inval in Hongarije en wapenwedloop, ruimtewedloop. Het conflict verscherpt zich en de scheidslijn wordt definitief met de muur van Berlijn op 13 augustus 1961. De Cuba-crisis en Vietnam verplaatsten de haard van het conflict naar een ander werelddeel. Maar Berlijn bleef op scherp staan. Oost Europa bleef op scherp staan. Rusland veranderde, maar niet snel. De ruimte-race bracht haar tijdelijk een positieve klank, maar Amerika won in 1969 de stofbol aan de hemel. De wapenwedloop die al jaren aan de gang was, werd in 1972 afgeremd door Richard Nixon en Leonid Brezjnev, nadat Nixon een opening had geforceerd door naar China te gaan. Zijn Chinareis alarmeerde Rusland dat nooit had willen praten, maar zich nu bedreigd begon te voelen. Dat was een knappe stap. En Rusland begon een beetje te ontdooien. Tot begin jaren tachtig. Als Brezjnev overlijdt in 1982 duurt het nog tot 1985 voordat Gorbatsjov aantreedt. De twee tussenpausen kunnen geen potten breken en het overleg staat een paar jaar stil. Dan gaat het hard.

Perestrojka – hervormingen

Glasnost – openheid.

Gorbatsjov creëert overal openingen. Hij heeft geld tekort in eigen land en moet iets doen. De broekriem aanhalen of de wapenwedloop beëindigen. Hij kiest voor het laatste. Samen met zijn vrouw Raisa wordt Michail Gorbatsjov de held van het westen. In eigen land is hij minder populair omdat de maatregelen niet snel genoeg resultaat opleveren. Dan begint het ijzeren gordijn te scheuren. Gorbatsjov had duidelijk gemaakt dat de Sovjet-Unie niet in zou grijpen als de satelliet-landen wat meer hun eigen gang zouden gaan. Hongarije is het eerste land dat vrije verkiezingen uitschrijft, na eerst van Gorbatsjov de bevestiging van niet-ingrijpen te hebben verkregen. Het gaat verder. Dan is Oost-Duitsland veertig jaar. Een groot feest. Alle communistische leiders zijn uitgenodigd. Terwijl alle leiders bij de fakkelparade op het balkon staan te wuiven, beginnen de jongeren te roepen Gorby, Gorby. Niet dat ze willen dat de Sovjet-Unie ingrijpt, maar omdat ze willen dat de openheid en hervormingen tot voorbeeld dienen. Erich Honecker staat ook op het balkon. En als zovele absolute heersers voor hem, snapt hij niet wat er aan de hand is. Het is schokkend om de getuigenis te horen.

De deelnemers waren geselecteerd omdat ze jong waren en er goed uitzagen. Eerst waren ze in een prima stemming, maar toen begonnen ze dingen te schreeuwen als ‘Gorby, help ons. Gorby, blijf hier.’ Rakowski, de Poolse leider, kwam naast ons staan en zei: ‘Verstaat u Duits?’ ‘Ja,’ zei ik, ‘een beetje.’ ‘Verstaat u wat ze roepen?’ ‘Ja.’ Hij zei: ‘Het is afgelopen hier.’ En dat was het ook. Het regime was ten ondergang opgeschreven PAGEREF _Ref81284074 .

Op 7 oktober 1989 wordt in Leipzig een demonstratie voorbereid en de politie krijgt twee keer zoveel patronen als normaal mee. De spanning stijgt. Meer dan zeventigduizend mensen zijn op de been. De Sovjet ambassadeur in Oost-Duitsland neemt contact op: Ik wil dat u uw troepen onmiddellijk naar hun kazerne terug laat gaan. Dat is punt één. Punt twee: zet alle manoeuvres stop. Punt drie: hou alle militaire toestellen aan de grond. En meng u onder geen beding in wat er gaande is. De partijtop in Leipzig overlegt. Dan trekt leger en politie zich terug. Het is het keerpunt in Oost-Duitsland. Op 17 oktober wordt Honecker weggestemd. Egon Krenz is zijn opvolger. Hij overlegt met Gorbatsjov over de Oost-Duitsers die vrij willen reizen. Gorbatsjov zegt: als u er geen manier bedenkt om uw burgers vrij te laten reizen, ziet het er niet goed voor u uit. Op 9 november 1989 deelde Schabowski op een persconferentie in Berlijn mee dat de beperkingen op reizen naar het Westen zouden worden opgeheven. De bedoeling was dat het de dag daarop zou ingaan. Maar Schabowski had dat verkeerd begrepen. – Gaat dit nu meteen in? – Ik had begrepen dat de mededeling al gedaan was. U zou hem moeten hebben. Volgens mijn gegevens gaat dit vandaag in. Onmiddellijk.

De gevolgen waren geweldig. Enorme mensen massa’s gingen in Berlijn naar de muur. En de grens ging open. Hoewel de grenswachten gewapend waren en slechts één bevel hadden: schieten als iemand de DDR probeert te ontvluchten. De grens ging open. De mensen gingen van Oost- naar West-Berlijn en kwamen terug. En later ging men van beide kanten heen en weer.

Het was emotioneel. Van beide zijden.

Internationale emotie.

Achtentwintig jaar had de muur er gestaan. Symbool van onmenselijkheid.

Diezelfde dag nog begon men de muur te slopen met alles waar je maar beton mee kon bikken. De koude oorlog was voorbij. Dat moest nog wel even bevestigd worden in wat extra toppen, maar het was onmiskenbaar.

De muur was weg en er was geen weg terug.

De Poolse paus Karol Wojtyla (Johannes Paulus II) heeft met zijn Kerk in Polen een rol gespeeld. Een kleine, maar toch een rol. Begin jaren tachtig kwam daar de arbeidersvakbond Solidariteit op. Wellicht zelfs geïnstigeerd door de Kerk. Lech Walesa als onbetwiste gangmaker. De bond wordt tegengewerkt door de Poolse regering. Sterk tegengewerkt en Lech Walesa moet het ontgelden. De steun van de paus heeft Solidariteit er doorheen gesleept. Het is de Kerk die Polen daar voor grote gewelddadigheden heeft behoed. Paus Johannes Paulus II heeft zich, ook toen hij nog in Polen werkzaam was, altijd duidelijk en fel tegen het bewind gekeerd. Of beter gezegd, zich duidelijk voor de Kerk gezet. Hij heeft nooit geaccepteerd dat de Kerk niet in zijn land mocht zijn. Hij gaf een duidelijk signaal af dat communistische regimes buigbaar zijn. Dat er scheuren kunnen ontstaan. Dat het volk iets kon doen. Het is een rol die hem binnen de EU waardering en dank heeft gebracht. Zelfs als paus Johannes Paulus II deze houding heeft gehad vanuit integere beweegredenen. Zijn opvolger zal anders handelen.

Hij is de paus van de invloed en ondersteuning naar de traditionele katholieke handelingen: liturgie, huwelijk en pelgrimage. Hij is onder andere in Santiago de Compostela geweest. Een conservatieve paus. Zijn imago in het Oostblok zal wellicht anders zijn.

Maar het communisme is gevallen omdat het economisch en psychologisch niet goed in elkaar zat. Omdat het de mens slechter behandelde, dan in het bestreden kapitalistische systeem.

En geen andere reden.

Parallel aan de koude oorlog vindt een andere revolutie plaats. Bijna onopgemerkt en in eerste instantie stapsgewijs wordt de wereld veranderd, in aanzien en in organisatie.

Door de tweede industriële revolutie.

Door de ontwikkeling van de computer en de ruimtevaart. Tijdsverschillen tussen werelddelen vallen weg en informatie is momentaan op alle plaatsen gelijkelijk beschikbaar. De wereldbevolking overschrijdt de zes miljard. Alle organisaties moeten worden herzien. De wereld en haar financiële middelen worden herschikt. De revolutie is nog in volle gang. Het gaat nog even duren.

Het kapitalistische systeem heeft gewonnen. Nu moet ze haar kracht tonen. Maar eigenlijk weet niemand hoe. Margaret Thatcher noemde haar zoon: een briljante zakenman, omdat hij sneeuw aan eskimo’s en zand aan Arabieren kan verkopen. Is dat de kern van het systeem?

De relatie tussen het monetaire en het economische systeem is onduidelijk al doen de politici hun best dat te verbloemen. Alles draait om vertrouwen. Vertrouwen in het land. Vertrouwen in de politici. Het geld heeft geen andere basis dan het geloof. In land en in mensen. En de uitspraak van Lucas (Nobelprijs voor economie 1995) is duidelijk: Het werk waarvoor ik de Nobelprijs heb ontvangen was deel van een poging te begrijpen hoe veranderingen in de uitvoering van de monetaire politiek inflatie, werkgelegenheid en productie kunnen beïnvloeden. Zo veel aandacht is aan deze vraag gegeven en zo veel gegevens zijn aanwezig, dat je redelijkerwijs zou mogen verwachten dat het probleem al tijden geleden opgelost zou zijn. Maar dat is niet het geval: het was niet opgelost in de zeventiger jaren toen ik er aan begon te werken en zelfs nu is er geen begin van een afdoende antwoord op de vraag PAGEREF _Ref81284074 .

Het geld is een entiteit op zichzelf en wordt begeerd om zichzelf.

In vervolg op de afschaffing van de slavernij ontstond de rechtspersoon die gelijke rechten heeft als het individu. Ze kan handelen, rechtszaken aanspannen en eigendom bezitten. Grote bedrijven ontstonden en het individu dat in de Franse revolutie zijn vrijheid had gekregen, raakte die weer kwijt aan die bedrijven. Werd slaaf binnen de Corporate Identity. De absolute macht van het geld kreeg een lichaam. Het gaat niet meer om het leven van het individu, het gaat om het leven van de Corporation en hen die haar leiden of bezitten. Het gaat om de stroom van het geld naar boven. De hemel van goud. De Corporation is belangrijker dan het individu. Dat wat de Amerikaanse en Franse en revolutie bewerkstelligden – individuele vrijheid – is verworden tot vrijheid van de Corporation. Alles mag. Als de stroom geld naar de Corporation maar niet wordt gestuit.

Het individu telt niet meer mee.

Na de val van de muur is de wereld in verwarring. Veiligheidsdenken moet worden veranderd. De Sovjet-Unie valt uiteen. Europa groeit omdat alle oude Oostbloklanden willen aansluiten. Maar Europa is nog steeds de Kerk en zijn feodalisme niet kwijt. Het zal pijn gaan doen. De Verenigde Staten van Amerika aarzelen. China toont zich. De jaren negentig zijn een enorme economische bloeiperiode. De paus richt zich op vroomheid en restauratie van zijn netwerk.

Het rommelt in Tsjetsjenië.

Het rommelt in Afghanistan.

En dan vliegen er op 11 september 2001 twee vliegtuigen in het WTC in New York.

Een christen zegt: als je niet voor me bent ben je tegen me.

Dood of doop.

Er is weer oorlog in het Midden-Oosten.

En zes miljard mensen zien dat live op de TV.

Santiago Matamoros.

Is dit de geschiedenis waar we volgens de preambule van de grondwet aan moeten refereren?

Is dit Le Monde Chrétien?

De Kerk met haar religie is een natuurlijk systeem naar de macht. Ze zoekt de macht en richt zich daarop. Elke macht die haar niet erkent zal ze tegenwerken en willen vernietigen. Elke macht die haar erkent zal ze steunen. Het is waarom de islam bevochten moet worden. Die is uit hetzelfde hout gesneden.

De twee systemen sluiten elkaar wederzijds uit. De oorlog eindigt niet. Niet anders dan met de vernietiging van [een van] beide religies of met negatie van de beide religies door de wereldlijke macht. Zolang een wereldlijke macht zich door de Kerk laat gebruiken zal er oorlog met de islam zijn.

Volgens de Kerk komt de macht van God. En religieuzen nemen dat idee over in hun afhankelijkheid. Het is de reden waarom veranderingen vrijwel onmogelijk waren en toen de degradatie eenmaal in gang was gezet, ze ook zo snel gingen.

Het is angst voor vrijheid.

Geloof in God remt vrij handelen.

Het is de oorzaak van apathie na het wegvallen van absolute machthebbers.

Vrijheid moet je leren.

De tegenwoordige politiek is gefragmenteerd en werkt met politieke velden die in kaart moeten worden gebracht en door een leger van diplomaten aan alle kanten moet worden bewerkt en gehoord. Begrippen als keizer en koning zijn achterhaald. Het is de professionele politiek en diplomatie die de wereld regeert. Ook in minder democratische landen.

Alleen de Verenigde Staten van Amerika hebben het nog niet door. Als ware christelijke erfgenaam van Europa creëren ze weer een soort absolutisme in de president.

Keizer-President.

Democratie op zijn smalst. Machtspolitiek. Christelijk superioriteitsdenken. De politiek van het hebben PAGEREF _Ref81284074 .

Dit nieuwe keizerschap wordt geïmiteerd.

In Engeland. In Frankrijk. In Europa. In de wereld.

En dat is pijnlijk fout.

Het vraagt om bemoeienis van de Kerk.

Het vraagt om restauratie van royalty.

Om de restauratie van de kerkelijke macht.

Het vraagt om revolutie.

Het is begin 21e eeuw.

Zet de guillotine maar vast klaar.

We zouden hem binnenkort wel weer eens nodig kunnen hebben.


PAGEREF _Ref81284074  Oostenrijk, Engeland, Pruisen, Rusland, Zweden aan de geallieerde kant en Baden, Berg, Frankrijk, Hessen, Italië, Napels, Polen, Rijn confederatie, Saksen, Westfalen en Württemberg aan Franse zijde. De geallieerden hadden bijna twee keer zoveel man in de strijd als Napoleon.

PAGEREF _Ref81284074  O.a. Bernard Slicher van Bath, Agrarische geschiedenis van West-Europa van 500 – 1850, Spectrum Aula pocket nr. 565, 1976.

PAGEREF _Ref81284074  Charles Mackay, Memoirs Of Extraordinary Popular Delusions, 1996 (1841), Internet Project Gutenberg. In dit boek worden, behalve genoemde manipulaties op basis van massahysterie, in een adem ook de Nederlandse tulpenbollenmanie, de kruistochten en de heksenjachten beschreven. Geld of religie als oorzaak van vertroebeling van de geest. Een alleszins boeiend boek.

PAGEREF _Ref81284074  Adam Smith, An Inquiry into the Nature and Causes of the Wealth of Nations, 2002 (1776), Internet Project Gutenberg.

PAGEREF _Ref81284074  Karl Marx, Bijdragen aan de kritiek op Hegel’s filosofie van het recht, Deutsch-Französische Jahrbücher, februari 1844.

PAGEREF _Ref81284074  Josip Jurai Strossmayer, Discours de l’Évêque Strossmayer au concile du Vatican I en 1870. D’après une version italienne parue à Florence. Le Pape est-il successeur de Saint-Pierre? Le Pape est-il infaillible?

Internet: http://bible.free.fr/histoire/strossma.pdf

De onfeilbaarheid is overigens met krappe meerderheid democratisch beslist door het concilie. De beslissing zelf is een logische consequentie van de manier waarop de Kerk naar zichzelf kijkt. Er zijn heftige discussies gevoerd voor en tegen. Een geweldig pleidooi tegen de onfeilbaarheid – waar ik hier aan refereer – wordt gehouden door de bisschop van Diakovár Josip Jurai Strossmayer. Zijn argumenten zijn gebaseerd op het nieuwe testament en op de pausgeschiedenis. Het is een Franse, oorspronkelijk Italiaanse in stenografie opgenomen, tekst. De katholieke encyclopedie ziet de tekst als een vervalsing, maar erkent de harde oppositionele lijn van Strossmayer.

PAGEREF _Ref81284074  Emil Ludwig, Juli 1914, Berlijn, 1929.

PAGEREF _Ref81284074  Voor achtergronden en analyse van de Duitse situatie: Erich Fromm, Angst voor Vrijheid, Bijleveld, 1981.

PAGEREF _Ref81284074  In: Richard H. Hoppin ed., Anthology of Medieval Music. Norton, 1978, p. 15. Met dank aan Paul van Emmerik.

Credendum est magis soli Mariae veraci quam Judaeorum turbae fallaci. In de moderne tijd is deze strofe geschrapt uit de latijnse tekst en wordt officieel niet meer gezongen.

PAGEREF _Ref81284074  Dominique Iogna-Prat, Ordonner et Exclure. Cluny et la société chrétienne face à l’hérésie, au judaïsme et a l’islam (1000 – 1150), Ch 10, Champs/Flammarion, 2000.

PAGEREF _Ref81284074  Vertaling volgens de Statenbijbel. Merk op, dat Iogna-Prat psalm 138 noemt. Dit verschil heeft te maken met het gebruik van Hebreeuwse en Griekse bronteksten.

PAGEREF _Ref81284074  Philip Schaff, History of the Christian Church VII-1, (Oak Harbor, WA: Logos Research Systems, Inc.) 1997. Internet editie.

PAGEREF _Ref81284074  Er bestaat een brief van keizer Constantijn, over de datum van Pasen, uit de tijd van het concilie van Nicea, waaruit antisemitisme spreekt.

PAGEREF _Ref81284074  Michail Gorbatsjov, secretaris-generaal communistische partij Sovjet-Unie. Internet: http://koudeoorlog.uitdaging.org/alleentekst/tvscripts/index.html. Transcriptie van De koude Oorlog, Televisie programma van Teleac/NOT. Evenzo het hierna komende citaat van de Sovjet ambassadeur en van Schabowski.

PAGEREF _Ref81284074  Robert E. Lucas, Nobel lecture: Monetary neutrality, 1996, Journal of Political Economy 104 (August): 661–82. Geciteerd in Neil Wallace, Absence-of-Double-Coincidence Models of Money: A Progress Report, Federal Reserve Bank of Minneapolis Quarterly Review Vol. 21, No. 1, Winter 1997, pp. 2–20.

PAGEREF _Ref81284074  De vrijheid van godsdienst in de VS is een groot en [internationaal] verdedigd goed. Zie bijvoorbeeld Religious Persecution as a U.S. Policy Issue, Proceedings of a Consultation held at Trinity College, Hartford, September 26-27, 1999. Maar Amerikanen zweren sinds 1954 trouw aan one nation under God. Op de dollar staat In God we trust. Het grootzegel van de VS stelt verder: NOVUS ORDO SECLORUM en ANNUIT CŒPTIS. Het laatste wordt door de USA State Department vertaald als He (God) has favored our undertakings ofwel: Hij (God) ondersteunt onze ondernemingen. Het congres opent elke dag met een gebed als bijvoorbeeld Blessed is the nation whose God is Lord! En dan wordt niet Allah bedoeld. Er worden rechtszaken aangespannen om die formules te verwijderen. Een kleine zoektocht op het internet en bij Amerikaanse kranten met ‘One Nation Under God‘ geeft een aardige indruk wat er gaande is. De christelijke invloed in de VS is groot. Zie voor een aardige introductie: Siobhan McDonough, Religion embedded in U.S. society, government, courts, Artikel in The Washington Times, 24 augustus 2003, Internet editie.

In Europa is de discussie of ons werelddeel nu wel of niet christelijk is trouwens ook nog niet afgelopen.