Het Vaticaan en wetenschap

Inleiding

Toen mijn log Over LAUDATO SI’ bij Sargasso werd gepubliceerd werden er een paar opmerkingen gemaakt over katholieke wetenschappelijke instituten en werd gewezen naar de wetenschappelijk instituten van het Vaticaan zelf. Tijd om wat aandacht te geven aan die Vaticaanse wetenschappelijke instituten en tot slot iets over katholieke wetenschap.

De vragen die daarbij centraal staan zijn:

  1. Doet het Vaticaan aan wetenschap?
  2. Gebruikt het Vaticaan wetenschap bij haar besluitvorming?
  3. Zijn de drie volgende pauselijke academies van het Vaticaan echt wetenschappelijk:
    1. De Vaticaanse sterrenwacht
    2. De pauselijke wetenschappelijke academie
    3. De pauselijke academie van sociale wetenschappen

Overige instituten van het Vaticaan zijn vooral religieus of theologisch en vallen wat mij betreft op dit moment buiten mijn aandacht.

De beantwoording begint bij de definitie van wetenschap: waar hebben we het over. Als uitgangspunt neem ik hier het artikel in de Nederlandse wiki. Daarin wordt wetenschap als volgt gedefinieerd:

Wetenschap is zowel systematisch verkregen en geordende objectieve menselijke kennis, als het proces van kennisverwerving en de gemeenschap waarin deze kennis wordt vergaard. Deze gemeenschap heeft haar eigen wetenschappelijke methodes en conventies.

En :

Men kan een onderscheid maken tussen fundamentele wetenschap gepaard gaand met fundamenteel onderzoek en toegepaste wetenschap waaraan toegepast onderzoek is gekoppeld. Wanneer wetenschappers hun kennis ter beschikking stellen aan de maatschappij in het algemeen, of aan het bedrijfsleven in het bijzonder, noemt men dit valorisatie.

Ik beschouw de drie genoemde instituten volgens de hierboven genoemde definities.

Ik wil daarbij aanvullen, dat het essentieel is bij de wetenschappelijke methode en deel uit moet maken van de definitie, dat men uitgangspunten toetst en eventueel aanpast of verlaat.

De Vaticaanse Sterrenwacht.

De Vaticaanse Sterrenwacht is een bijzonder instituut, deels omdat dit het enige instituut is dat daadwerkelijk apparatuur voor het doen van observaties ter beschikking heeft, deels omdat het wortelt in een eeuwenlange geschiedenis van het Vaticaan met de kalender. Met name de Gregoriaanse kalender. Na drie voorlopers wordt in 1891 dan door paus Leo XIII het Specola Vaticana (het Vaticaans Observatorium) opgericht. Pius XI verplaatst het observatorium 25 km ten zuiden van Rome ivm verslechterde luchtomstandigheden in Rome en in 1981 wordt een tweede onderzoekscentrum geopend in Tuscon (Arizona). In 1993 wordt daar de Vatican Advanced Technology Telescope ( VATT ) op Mount Graham, Arizona aan toegevoegd die deel is van het Mount Graham International Observatory (MGIO) (deel van de Universiteit van Arizona).

Wat doet het Vaticaan nu met de apparatuur en waar publiceert ze haar bevindingen?

Sleuteldocument hier is Science PrioritieS of the Vatican obSerVatory for the next DecaDe. Hieruit blijkt dat de grote vragen die het Vaticaan zich stelt, te maken hebben met buitenaards leven, ‘andere aardes’ en algemeen de oorsprong van het heelal. In de woorden van de voorzitter van het instituut:

  • Are we alone?
  • Are there other Earths?
  • How do stars and planets form and evolve?
  • How do galaxies form and evolve?
  • What is dark matter and dark energy?
  • What do we know about the universe in its first instants?
  • Are there many universes?

Om deze vragen te beantwoorden zijn er een paar priester-wetenschappers die zich bezig houden met onderzoek. Als we kijken wat er gepubliceerd wordt, dan vinden we een lijst van publicaties in het jaarrapport.

In de lijst van wetenschappelijke publicaties staan de namen van de Vaticaanwetenschappers met hoofdletters geschreven. Sommige artikelen zijn in samenwerking met andere instituten geschreven, sommige artikelen zijn geen academische artikelen over de astronomie (CONSOLMAGNO, G.J. (2014). A faith enriched by science, Retreats 2014, 16-19.). Dat geldt ook over het in 2014 gepubliceerde boek Would you baptize an extraterrestrial? Door CONSOLMAGNO en MUELLER, beiden priester, astronoom en wetenschapsfilosoof. Die publicaties zijn op zijn best filosofische publicaties en op zijn slechtst religieuze propaganda met een wetenschappelijk sausje. Het is maar hoe je er naar kijkt.

Van de echt wetenschappelijke publicaties heb ik geprobeerd hun relatieve positie en belang in de wetenschappelijk wereld te vinden en heb daarvoor referentie gevraagd bij de sterrenwacht van Leiden. Met enige terughoudendheid kreeg ik feedback van Jan Lub die niet onbekend bleek met de Vaticaanse wetenschappers en met een van hen ook contact had gehad.

Er kan niet getwijfeld worden aan de serieuze inzet van de Vaticaan astronomen als wetenschapper. Misschien niet altijd aan het front van de wetenschap, dat hangt natuurlijk ook af van hun faciliteiten.

Over het genoemde werk van Consolmagno:

Consolmagno is een competent planetair astronoom, maar ook een popularisator en U dient genoemde publicaties als zodanig op te vatten.

Hij voegde daaraan toe:

Als jezuïeten zijn de Vaticaan-astronomen natuurlijk goed getraind in filosofische (spitsvondigheden) argumenten.

Om vervolgens te zeggen:

Maar de Sterrewacht is ook een serieus contact tussen de Kerk en de Wetenschap en diverse pausen hadden grote interesse in de Sterrenkunde. Regelmatig organiseert de Vaticaan Sterrewacht een internationale Zomerschool voor jonge sterrenkundigen, en bv Johannes Paulus vond altijd tijd om aanwezig te zijn en in gesprek te gaan met de deelnemers.

Voorzichtig is mijn woord voor de manier waarop ik antwoord kreeg op mijn verzoek tot feedback over de Vaticaanse sterrenwetenschappers.

De pauselijke wetenschappelijke academie

Deze pauselijke academie wordt door het Vaticaan als volgt omschreven:

The Pontifical Academy of Sciences is international in scope, multi-racial in composition, and non-sectarian in its choice of members. The work of the Academy comprises six major areas: Fundamental science; Science and technology of global problems; Science for the problems of the developing world; Scientific policy; Bioethics; Epistemology.

De academie bestaat uit 70 wetenschappers (sinds 1986: 80).

Het is voor een eenvoudig logjes-schrijver als ondergetekende natuurlijk onmogelijk om alle publicaties van de academie te lezen en te beoordelen maar ik nodig iedereen uit om hun deel van de publicaties te lezen (loop zeker ook door de menukeuze ‘Publications’ van het hoofdmenu) en mijn conclusies hierna te becommentariëren.

Ik heb zelf Life’s Biochemical Complexity van Rafael Vicuña gelezen. Een doorwrocht, lang stuk (met wetenschappelijke referenties). Maar is het wetenschap? Ik krijg in ieder geval een vaag gevoel van onbehagen als ik de slotparagraaf lees met de titel: Is science sufficient to explain life? Dat is een meta-vraag, die een vraag stelt over wetenschap nav de context van het artikel. Ik zou die vraag willen pareren met een analogon naar de stelling van Gödel: geen enkel systeem kan zichzelf verklaren of bewijzen vanuit dat systeem. Ja, ik weet het, Gödel mag je niet doortrekken naar de filosofie, religie of andere wetenschappen. Het is alleen maar een wiskundige stelling. Maar toch, als analogon werkt het voor mij. Planck zei ook zoiets: ‘Science cannot solve the ultimate mystery of nature. And that is because, in the last analysis, we ourselves are part of nature and therefore part of the mystery that we are trying to solve’ (Max Planck).

Wetenschap kan niet, met wat filosofische wendingen, verklaren of het iets wel of niet kan doen. En dat maakt van het stuk van Vicuña een onwetenschappelijk stuk. Een beschouwing, een persoonlijke mening. Van waarde (wellicht), maar geen wetenschap. Op zijn best een ordelijke beschouwing van kennis die leidt tot een mening (de eerste definitie van wetenschap als hierboven genoemd). Het gebruik van wetenschappelijke discipline – orde en gegevensverzameling – om de levensbeschouwing te ordenen.

De pauselijke academie van sociale wetenschappen

Deze pauselijke academie wordt door het Vaticaan als volgt omschreven:

The Pontifical Academy of Social Sciences has the aim of promoting the study and progress of the social, economic, political and juridical sciences, offering the Church the elements which she can use in the study and development of her social doctrine. The Academy also reflects on the application of that doctrine in contemporary society.

De academie bestaat uit 20-40 wetenschappers.

Ook hier geldt dat er veel te veel is om te lezen en zeker om te bespreken, maar kijk vooral ook zelf. Ik heb me beperkt tot het laatste stuk voor de academie van niemand minder dan Joseph Stiglitz: Harmony between Man and Man, and Man and Nature. Stiglitz laat zien in hoeverre de huidige economische situatie in overeenstemming is met – de doelen heeft bereikt van – de encycliek Pacem in Terris. Het is een boeiend stuk waarin Stiglitz kort aangeeft dat vanuit zijn kennisgebied er nogal wat schort aan de uitvoering van de economische praktijk om te komen tot de doelstelling van Pacem in Terris (vrede op aarde):

It is only by freeing ourselves from a market fundamentalist ideology, by focusing on the distinction between ends and means, by realizing that the pursuit of self-interest does not suffice to achieve societal well-being, that we will be able to achieve a better harmony between man and man, and man and nature. Strong and effective regulation is necessary. But even more important is inculcating a stronger moral compass and corresponding corporate ethics.

In het hele stuk komt geen theoretische beschouwing voor en en er worden ook geen referenties gegeven. Hoe zeer ik het zelf ook wel met het gegeven citaat eens ben, ik kan het niet anders zien dan een persoonlijke mening van Stiglitz. Ongetwijfeld op basis van jarenlange ervaring, kennis en onderzoek, maar desalniettemin een persoonlijke mening. Je gaat voor het stuk op basis van de reputatie van Stiglitz.

De andere stukken die ik heb gescand hebben soortgelijke insteek. Er worden ethische noodzakelijkheden, morele noodzakelijkheden beschreven op basis van een vakgebied door een gerenommeerd expert van dat vakgebied.

Het is werk gebaseerd op vooral de drogreden van de expertise: als Stiglitz het zegt zal het wel waar zijn of iig een goede richting geven. Daar is op zich niets mis mee als je je bewust bent wat er gebeurt, maar moet ik nu constateren dat het Vaticaan aan wetenschap doet? Of dat het Vaticaan wetenschappelijke instituten heeft en bestuurt?

Drogredenen zijn geen weg naar waarheid (die de kerk claimt te zoeken).

Conclusies

Doet het Vaticaan aan wetenschap? Bestuurt het Vaticaan wetenschappelijke instituten?
Ik denk het niet.

Ik concludeer:

  1. Het Vaticaan waarde hecht aan haar historische link met de kalender en daarom zich bezig houdt met astronomie. Ze bezit twee oude sterrewachten en heeft geïnvesteerd in een moderne in de VS. Haar vragen over buitenaards leven zijn gerelateerd aan de diepere problematiek die dat brengt in relatie tot een God.
  2. Het Vaticaan bezit geen universitaire leerstoel oid aangaande astronomie. Er zijn priesters die wetenschappelijk zijn opgeleid en die wetenschapper zijn. Ze maken deel uit van de wetenschappelijke wereld. De vragen die zij zich stellen hebben vaak te maken met leven in het heelal. Hun vragen zijn de hunne en zijn niet de vragen van de astronomische wetenschap. Wellicht zijn het vragen vanuit hun religie.
  3. De Pauselijke academies zijn instituten met geselecteerde wetenschappers die hun kennis gebruiken om vooral filosofische bespiegelingen te houden om religie acceptabel te houden of te maken. Om het Vaticaan richting te geven en richting te toetsen.
  4. Wetenschap in de Vaticaanse zin is valorisatie: de Vaticaanse academici stellen hun kennis – en niet het minste: hun faam – ter beschikking van het Vaticaan. Het is valorisatie op basis van expertise. Het autoriteitsargument is een evidente bedreiging van de output van de academies.
  5. Het Vaticaan gebruikt de wetenschap om zichzelf een voet in die wereld te geven.

Uiteindelijk – maar dat is een gevoel mijnerzijds – is het onzekerheid over het godsbesef dat het Vaticaan aansluiting doet zoeken bij de wetenschappelijke wereld. Zeker na het debacle van Galileo en het kwaad dat dat uiteindelijk heeft gedaan aan de reputatie van het Vaticaan. Het is het verdwijnende godsbesef dat vervangen wordt door wetenschappelijke kennis. Of zoals ik het zei in Niet naar Santiago en weer terug:

Alles dat de mens niet be­grijpt is God. Alles dat de mens wel begrijpt is ontnomen aan God.

Om de drie vragen uit het begin te beantwoorden:

  1. Doet het Vaticaan aan wetenschap?
    Nee. Er zijn geestelijken die wetenschap bedrijven. De officiële Vaticaanse instituten die de interface vormen met de wetenschappelijke wereld gebruiken vooral valorisatie om de religieuze en spirituele ruimte te beargumenteren en bevestigen. Haar eigen uitgangspunt – er is een God – bijstellen zal nooit gebeuren.
  2. Gebruikt het Vaticaan wetenschap bij haar besluitvorming?
    Ja. De input van wetenschappers, van de pauselijke academies wordt meegenomen in de besluitvorming van beleid die tot uiting komt in bv encyclieken als Pacem in Terris en Laudato si’. Dat die besluitvorming verder politiek is, op een manier zoals bij andere landen roept wel vragen op over de waarheidsdrift, zuiverheid van ethiek en moraliteit van het Vaticaan (vergelijk bv bevolkingspolitiek), maar dat wetenschappelijke input wordt gebruikt staat buiten kijf.
  3. Van de drie genoemde instituten is het observatorium waarschijnlijk wel wetenschappelijk te noemen hoewel een groot deel van de publicaties erg filosofisch van aard zijn. Het budget is te laag om werkelijk frontline wetenschap te kunnen bedrijven. Het Vaticaan was niet betrokken bij het Godsdeeltje (Higgsboson).
    De academies zijn vooral clubs van wetenschappers die input verzorgen voor het beleid en die een interface met de wetenschappelijke wereld op niveau garanderen.

En tot slot, terugkomend op het oorspronkelijke commentaar wat de aanleiding was voor dit logje : is er iets als katholieke wetenschap?

Ik denk het niet. Er zijn katholieken die wetenschap beoefenen. En als ze het goed doen leren of ontdekken ze iets. Dat is goed. Maar in hun katholieke beleving proberen ze dan altijd weer goed te praten dat er nog zo veel is wat we niet weten. En dat is dan hun God. In zoverre is katholieke wetenschap dus een negatieve wetenschap. Het bewijst voor hen – de katholieken – steeds verder dat God bestaat uit het overblijvende van wetenschap.

God als negatief van wetenschap.
Toch een bijzondere gedachte.

Geef een reactie