Ecclésiologie en Iogna-Prat

Onlangs liep ik tegen een programma aan van een reeks seminars die in Frankrijk in het jaar 2015-16 worden georganiseerd. Niets bijzonders, dat gebeurt wel vaker. Maar het was de introductie die de aandacht trok. En een van de auteurs.

Van de drie seminar-organisatoren ken ik Dominique Iogna-Prat (EHESS-CNRS) als auteur van Ordonner et Exclure. Cluny et la société chrétienne face à l’hérésie, au judaïsme et a l’islam (1000 – 1150). Een van de belangrijkste boeken die ik heb gelezen en gebruikt bij het schrijven van Niet Naar Santiago. Over de periode van de 9e tot de 12e eeuw waarin de christelijke wereld zich verder definieert en structureert. Tot dan was ze vooral een spirituele gemeenschap, in deze periode wordt ze een instituut: de kerk[1].  Iogna-Prat beschrijft de sociologie van de vorming van die kerk en toont daarnaast aan hoe die definitie van het instituut samenging met een vurige strijd tegen de antichrist bij tijden gepersonifieerd als ketter, jood of muzelman.

Duidelijk wordt in dat boek, dat de kerk minder een geloofsinstituut was dan een sturend politiek orgaan. Een staatloze regering die de koningen en keizers stuurde en haar eigen agenda volgde. Een rol die zij eigenlijk al na de val van het Romeinse rijk op zich had genomen, en die gaandeweg steeds duidelijker wordt, maar die pas expliciet werd na de val van het Karolingische imperium.

Met zijn collega’s wil hij de seminars vorm geven om zo een kerkgeschiedenis vorm te geven die een breed veld bestrijkt in de samenhang van teksten, opvattingen die leven in de samenleving en de samenhang van de verschillende onderdelen van die samenleving waar die teksten en opvattingen uit komen.

Nadrukkelijk is de kerkgeschiedenis zoals ze die presenteren geen evangelische en oecumenische introductie. Hun onderzoek is:

non pas confessionnelle mais historique et contextuelle, croisant l’histoire, la philosophie, la sociologie religieuse, l’histoire du droit, la science des rites, la théologie et les sciences politiques (qui, en France au moins, minorent souvent l’Église comme type de gouvernement).

Zeker niet religieus dus, maar een grote samenhang van het historische en contextuele, de samenhang zoekend  van de geschiedenis, filosofie, religieuze sociologie, recht, rituelen, theologie en politieke wetenschappen.
En dat laatste is zeer relevant. De kerk wordt vaak bestudeerd en beschouwd vanuit vele wetenschapsvelden. Maar eigenlijk wordt de kerk nooit beschouwd als een soort (supra)regering. Of zoals Iogna-Prat zegt: in Frankrijk wordt de kerk als overheidstype gebagatelliseerd.

Het is die benadering, die interessant is. Zeker in relatie met Niet Naar Santiago en Weer Terug. Zeker vandaag de dag waar de kerk weer van zich doet gelden en er weer oorlog is tegen een van de antichristen. Het contemporaine aspect zal geen onderwerp van de seminars zijn maar begrijpen hoe de kerk zich heeft ontwikkeld en hoe ze zich heeft gedragen en wellicht  hoe ze zich zal gaan gedragen, zal begrip geven over haar handelen van vandaag.

En ja, te lezen dat de kerk een soort regering is, die dus handelend en politiek optreedt, is een verademing. Kerkgeschiedenis zonder god, kunst of rituelen.


[1] Dat wil dus zeggen dat het proces van instituutsvorming, met alle machtsuitoefening, politiek en intriges, aanvang vindt met de Karolingers. En omdat de Karolingers beginnen bij Karel Martel is het aardig te vermelden dat de vader van Karel Martel, zoon is van de bisschop van Austrasië. De kerk aan de basis van de Karolingers die van de kerk het instituut zullen maken.

Geef een reactie