Over Lijden en Moeder Teresa

Het lijden is een essentie in het christendom. Het is de verheerlijking van het lijden, dat het christendom in de basis geeft als kern van haar religie: via het lijden komt de mens tot de door hem gedefinieerde god en zijn waarheid[1] .

Verschillende korte zinnen in Niet Naar Santiago getuigen van het zicht er op maar ik ga er niet al te diep op in. Ik citeer wat voorbeelden:

  1. In 1407 kwamen er 200 pelgrims om in de drukte van de massa. De Rue des Ta­bles is smal. Le Puy is klein. Dat was goed, want het was lijden en dood.
  2. Dit is het sum­mum van pelgri­mage. Dit is af­zien. Dit is lijden.
  3. De man die ik na Saint-Roche, tegenkwam heeft uitein­delijk ook op moeten ge­ven. Er zijn gren­zen aan het lijden. Hoe christelijk het ook is.
  4. En zeer christelijk, want het chris­tendom heeft van het lijden het eigendom gemaakt en je moet dus lijden op de route. Dat lukt de meesten wel.
  5. Het socialisme werd een religie. Het werd emotio­neel. Het socialisme werd concurrent van Rome. Lijden is niet meer alleen christelijk. Lijden is socialistisch.

Marx die het allemaal in drie zinnen vat:

Religieus lijden is, op een en hetzelfde moment, de uit­druk­king van echt lij­den en een protest tegen echt lijden. Religie is de zucht van het verdrukte volk, het hart van de har­te­loze wereld en de ziel van de zielloze condities. Het is het opium van het volk.

Het socialisme als concurrent van de religie. Dat is waarom het Vaticaan zich zo verzet tegen het socialisme. Het is concurrentie, het is het delen van de macht. En macht wordt niet gedeeld want er kan er slechts één zijn.

Maar waar het echt om gaat is het lijden. Als er geen lijden meer is verliest het katholicisme haar bestaansrecht. Als er geen lijden meer is dient men het lijden te maken. Door de eeuwen heen hebben de katholieken het lijden actief toegestaan en gecultiveerd. Van martelpraktijken van de inquisitie tot haar eigen gevangenissen met martelkamers[2], wellicht kom ik hier later nog eens op terug.

In die context hoort ook het handelen van Moeder Teresa die waarschijnlijk volgend jaar heilig verklaard gaat worden door de kerk.

Hier wordt samengevat:

Mother Teresa was no saint, she was a moral monster, a sadistic religious fanatic who took pleasure in the suffering of others, and denied appropriate medical care to the sick and dying.

In Slate wordt, naar aanleiding van Moeder Teresa, door Christopher Hitchens[3] opgemerkt, dat de kerk zich overgeeft aan:

… abject surrender, on the part of the church, to the forces of showbiz, superstition, and populism.

De Times of India schrijft :

… the Vatican overlooked the crucial human side of Teresa — her dubious way of caring for the sick by glorifying their suffering instead of relieving it.

En gaat door met:

Instead, the Vatican went ahead with her beatification followed by canonization “to revitalize the Church and inspire the faithful especially at a time when churches are empty and the Roman authority is in decline”.

Anders gezegd: de Roomse kerk gebruikt de media, de showbiz technieken, de propaganda, voor haar eigen gewin. Zieltjeswinnerij. Het lijden wordt gebruikt omdat het past in de leer en het image.

Hoe meer lijden hoe meer vreugd.

De self-fulfilling prophecy: als het lijden de kern van de waarheid is ( Joh. 8:32 : ‘en de waarheid zal u vrijmaken’), dan zal het lijden in stand gehouden worden en gecreëerd worden waar het niet bestaat.

Niet lijden betekent geen deel zijn van de groep.
Lijden als sociale dwang.

Misschien moet de kerk nog maar eens nadenken over deze heiligverklaring. Zeker in de context van de waarheid. Maar misschien is het juist precies wat ze zoeken. Onvrijen die lijden. Het is de massa voor de corebusiness van de kerk.


[1] Joh. 8:32 : en de waarheid zal u vrijmaken. Zie ook mijn andere insteek op De Waarheid.

[2] Monastic Prisons and Torture Chambers, Ulrich L. Lehner, 2013, Wipf and Stock Publishers.

[3] Hitchens is ook schrijver van het boek: The Missionary Position: Mother Teresa in Theory and Practice.

Geef een reactie