Over Politieke Theologie

Wetenschap staat niet tegenover religie, maar staat als arbiter tussen de machten.
Tussen de ideologieën als religie, neoliberalisme, kapitalisme, communisme etc…
Een kort argument.


Sovereign is he who decides on the exception [1]..
(Soverän ist, wer über den Ausnahmezustand entscheidet) [2].

Zo begint Politieke Theologie (1922) van Carl Schmitt (1988 – 1985). De term is vaker gebruikt in het verleden (zie de Wiki) maar Schmitt gebruikte de term te midden van de turbulentie van de Weimar republiek. Dat laatste heeft hem in problemen gebracht, omdat hij in eerste instantie voor Hitler leek te kiezen, maar het heeft zeker ook bijgedragen aan de aandacht die het boek heeft gekregen.

Politieke Theologie onderzoekt hoe de theologische concepten of manieren van denken in relatie staan tot de seculiere politiek (samenleving, economie etc…).

Schmitt zegt in hoofdstuk 3 :

All significant concepts of the modern theory of the state are secularized theological concepts not only because of their historical development – in which they were transferred from theology to the theory of the state, whereby, for example, the omnipotent God became the omnipotent lawgiver – but also because of their systematic structure, the consideration of which is necessary for a sociological consideration of these concepts.

In een tweet  werd onlangs verwezen naar een stuk uit 1934 – het jaar van de tweede editie van het essay van Schmitt – van Henry Xavier Arquillière, waarin geargumenteerd werd, dat alle concepten van vroeg middeleeuws politiek denken ‘sacralized temporal concepts’ zijn.  Het  inverse beeld van wat Schmitt schetst dus.

Politiek theologisch betekent, wil dus zeggen, dat het politieke denken en het theologisch denken in elkaar over gaan, vloeibaar zijn. Dat de concepten hetzelfde zijn. Er is geen arbiter op wat er gezegd of gedaan wordt, er is alleen de macht. De soevereiniteit. En als de soeverein spreekt is dat beslissend. Dat is namelijk wat we als samenleving eisen en verwachten van de soeverein.

God, dictator of democratisch gekozen regering met parlement, er is geen verschil zolang de soeverein maar wordt geaccepteerd. En de soeverein moet zorg dragen voor de stabiliteit en veiligheid van de samenleving.

Turbulenties – van binnenuit of buitenaf – kunnen de samenleving in stabiliteit of veiligheid bedreigen. Als die bedreiging daadwerkelijk materialiseert, ontstaat de uitzondering – ik noem dat een singulariteit. Het is daar, waar de soevereiniteit een keuze moet maken die de samenleving bij die bedreiging weg moet halen.

Als voorbeeld zou je b.v. kunnen  nemen een oorlogsdreiging waarbij dan gekozen moet worden tot verdediging, aanval of vlucht.

Een ander voorbeeld in de moderne tijd is bijvoorbeeld de migratie waarbij delen van de bevolking dat als bedreiging zien en andere delen niet. Het is dan aan de soeverein te beslissen of er een uitzonderingssituatie ontstaat, maar tevens dient de soeverein te beslissen hoe de reële turbulentie in de samenleving wordt bezworen en gedempt, om te voorkomen dat er schade aan of vernietiging van de samenleving ontstaat.

Tot zo ver is duidelijk, dat er geen verschil tussen een theologisch gedefinieerde of een seculier gedefinieerde soeverein is.

De soeverein is de macht.

De Arbiter

Op 16 oktober verscheen op Sargasso een toch wel inspirerend artikel met de titel: De academicus als homo non ludens van Christian Jongeneel. Een stuk over de relatie religie versus wetenschap.

Jongeneel schrijft:

Newton illustreert ook mooi de spelregel dat God geen plek heeft in wetenschappelijke redeneringen. Voor een diepgelovige als hij is God de verklaring en drijvende kracht achter alles, maar Hij hoort simpelweg niet bij de spelregels van de wetenschap. Newton vond theologie interessanter dan natuurkunde, maar dat belette hem niet om de zwaartekracht te bedenken als aanjager van de gang der planeten. Een verregaand religieus wereldbeeld stond het bedrijven van wetenschap niet in de weg. Andere context, andere spelregels.

Inderdaad, andere context, andere spelregels.

Even verder schrijft hij:

De evolutietheorie werd een omslagpunt dat religie en wetenschap tegenover elkaar plaatste, alsof er een inherente tegenstelling bestond – en dat niet eens door de inhoud van de theorie zelf, maar door de mogelijke religieuze implicaties ervan. Om die discussie over de implicaties buiten de wetenschap te houden (waar ze ook niet thuis hoort) ontstond in academische kringen de gedachte dat geloof en wetenschap liever niet in één adem genoemd dienden te worden.

Hoewel ik denk, dat Jongeneel correct interpreteert hoe het historisch is verlopen, religie en wetenschap botsten, is dat volgens mij juist het missen van het werkelijk karakter van de wetenschap en het werkelijk karakter van de invloed van de wetenschap op de samenleving.

Ik zou naast het politiek theologisch concept van de soeverein, het concept van de arbiter willen plaatsen.

De arbiter is geen [deel van de] macht.

De klassieke soeverein nam beslissingen op basis van wat bekend was, onderbuik gevoelens, en gemiddelde redelijkheid van zijn raadgevers. Maar er was, in geval van conflict met de samenleving, geen arbiter die de soeverein of de bevolking kon helpen. Er was ook geen arbiter, die in geval van conflict tussen soevereinen, gegevens aan kon dragen, die de besluitvorming konden helpen.

De wetenschap plaatst zich nu als arbiter tegenover of tussen de beslissingen van de soeverein. Of die soeverein nu religieus of seculier is – we hebben al gezien, dat daar dus geen fundamenteel verschil tussen bestaat – de wetenschap geeft informatie aan de soeverein ter ondersteuning van beslissingen in geval van uitzonderingen.

Als het gaat om meerdere samenlevingen – en dus meerdere soevereinen – is die informatie te delen tussen soevereinen waarmee het gevaar van conflicterende beslissingen kan worden gereduceerd.

Ook schrijft Jongeneel:

De kerk is al lang geen machtsfactor meer in westerse samenlevingen. De wetenschap zit stevig in het zadel. Gek genoeg springt de wetenschap als vanzelf in de slachtofferrol zodra een (vermeende) ongewenste bemoeienis van de religie met de wetenschap gesignaleerd wordt. Waarom toch?

Ten eerste is de religie wel degelijk nog steeds een machtsfactor in de westerse samenlevingen als is dat in Nederland wellicht minder het geval (maar zeker niet weg!). Ik zou dit een klassiek voorbeeld van politieke bijziendheid willen noemen.

Ten tweede springt de wetenschap niet in de slachtofferrol als religie zich met wetenschap bemoeit, maar – meer algemeen – als een soeverein zich met wetenschap bemoeit. Let hier op Trump.

De praktijk

Als ik bovenstaande even uitwerk, met de klimaatproblematiek als voorbeeld, ontstaat een  – in elk geval voor mijzelf – helder beeld van de verhoudingen en van het mechaniek.

De arbiter heeft bepaald, dat het klimaat verandert, voor het grootste deel als gevolg van menselijk handelen. Die klimaatsverandering lijkt naar de komst van een uitzondering of singulariteit te wijzen, dat wil zeggen, dat de samenleving zoals die bestaat, wordt bedreigt gaat worden door die klimaatsverandering.

De ene soeverein wijst de wetenschap af (bijvoorbeeld Trump), de andere soeverein omarmt de wetenschap (bijvoorbeeld Paus Franciscus I). Merk op, dat dit dus een inversie is van het patroon uit voorgaande eeuwen waar de religie wetenschap afwees en de seculiere wereld haar omarmde.

Het afwijzen van wetenschap zoals Trump die uitvoert, kan alleen worden verklaard, als Trump zich bedreigt voelt in zijn macht door die arbiter. Het omarmen van de wetenschap, wat je op dit moment ziet bij het Vaticaan, kan alleen worden verklaard, uit de wens tot het terugwinnen van de macht met de hulp van die arbiter.

De arbiter kent van zichzelf geen macht. Het is inzicht in haar waarheid, die haar macht geeft. En zoals we bij de aanvaring tussen Trump en de wetenschap zien, daar heb je voor dat inzicht wel enig inzicht, kennis en intelligentie voor nodig.

Een interessant bijkomend gegeven is, dat James Hansen, als personificatie van de arbiter, vond dat hij op een gegeven ogenblik zijn machtsonafhankelijkheid en onpartijdigheid op moest geven. Hij trad terug uit de arbiter en werd activist om de soeverein te bestrijden. De arbiter is rationeel en dodelijk ernstig, de arbiter relativeert niet. Moet zo zijn. Want  het spelen [3] doet de macht voor ons. Ten koste van ons. En als je daar dus tegen wilt ageren, mee wil spelen om de macht en om de invloed, dan kun je geen deel van de arbiter zijn. Hansen heeft dat goed begrepen.

Besluit

Als je religie tegenover de wetenschap plaatst mis je het punt. False equivalence. God is een macht, wetenschap een arbiter. Er is derhalve niets voor te zeggen, om in de wetenschap meer ruimte te bieden voor God.

Religie is een ideologie en staat als zodanig tegenover neoliberalisme, kapitalisme, communisme etc…  Wie de wetenschap afwijst, wijst arbitrage af en gelooft uitsluitend in eigen alwetendheid en absolutisme. In die zin is Franciscus I een verlicht modern heerser en is Trump als Lodewijk XIV.


 

[1] Geinspireerd op Politieke Theologie van Carl Schmitt. Ik maak gebruik van de 2e editie van de Engelse vertaling van George Schwaab met een voorwoord van Tracy B. Strong. University of Chicago Press edition 2005.

Ik heb eerder een kort krabbeltje geschreven naar aanleiding van dit werk van Schmitt. Dat staat geheel los van dit blog.

[2] Er wordt in voorwoorden en wiki vaak verwezen naar de dubbelzinnigheid die zou schuilen in de Duitse zin, een dubbelzinnigheid, die minder toont in de Engelse vertaling. De Nederlandse Wiki zegt: In deze uitspraak zitten echter enkele, misschien bedoelde, dubbelzinnigheden ingebouwd. Zo is het niet duidelijk of über hier slaat op het feit dat de soeverein beslist wat een uitzondering is of dat hij beslist hoe hij deze gaat oplossen. Naar mijn mening bedoelt hij beide.

[3] Ik refereer hier aan het kernargument van Jongeneel in het gerefereerde stuk op Sargasso: dat alle aspecten van de menselijke cultuur een spelelement in zich dragen, met uitzondering van de moderne wetenschap sinds de achttiende eeuw. Ergens in haar weg door de moderne tijd heeft de wetenschap haar relativeringsvermogen verloren en is bevangen door een dodelijke ernst. Een onnodige ernst ook, want de regels van het academische spel bepaalden al sinds het prille begin dat er in de wetenschap geen ruimte was voor God.

 

Een gedachte over “Over Politieke Theologie

  1. Pingback: Bagatelle – Over Politieke Theologie van Schmitt | Niet Naar Santiago en Weer Terug

Geef een reactie