Kerkelijke macht en conservatisme

In mijn log over de Bevolkingspolitiek van de VS en het Vaticaan wordt duidelijk dat het Vaticaan een machtspositie heeft binnen landen, die niet bestaat tussen landen onderling. Het Vaticaan is een (natie)staat, een land, maar door haar religieuze positie is er duidelijk een andere verhouding. Als Nederland zich politiek zou bemoeien met de VS zou dat vermoedelijk inmenging in binnenlandse aangelegenheden worden genoemd[1], wellicht spionage of meer van dat soort kwalificaties. De verhouding van het Vaticaan met andere landen loopt via haar gelovigen, die het  Vaticaan, het geloof en haar moraliteit, belangrijker vinden dan die van het land waarin ze wonen. En de landen accepteren die inmenging. Vreemd genoeg.

Waar komt die verhouding vandaan, waar ligt de oorsprong en vooral hoe worden mensen overtuigd cq gecontroleerd in het handelen, conform de lijnen van het Vaticaan?

De vorming

Het Vaticaan heeft een geschiedenis van bemoeienis met de staat die teruggaat tot haar oorsprong. Het is goed een kort overzicht te geven van die oorsprong van die bemoeienis en de technieken die daarbij horen onder referentie aan een sociologische[2], een (kerk)historische[3] en een politieke[4] studie.

Ik geef een samenvatting en citeer, ter relativering, daarbij graag Vaillancourt:

It would be presumptuous to try to analyse an organisation as large and as complex as the catholic church without limiting drastically the questions of interest.

Mijn doel is de oorsprong en de techniek van de macht weer te geven. Want laat een ding heel duidelijk zijn: het Vaticaan is een machtsinstituut. Religie is secundair, religie is technisch een gereedschap voor de macht en welvaart van de kerk. Dat laat onverlet overigens dat het religieuze gevoel van de massa reëel is of kan zijn.

Toen het christendom ontstond was het een volksbeweging. Een democratische protestbeweging tegen de priesterklasse die nauw verbonden was met de heersers van het Romeinse rijk. De leken versus clerus tegenstelling zoals we die nu kennen bestond in het begin helemaal niet.

Met de groei van de gemeenschap ontstonden lokale kerken die werden beheerd door priesters die op hun beurt bij verdere groei weer een hoofd (toezichthouder of bisschop, de episcopos) kozen. Deze bisschop was in eerste instantie de primus inter pares, maar zijn invloed groeide, waarschijnlijk door gewone culturele invloeden: de priester had bij zowel heidenen als joden altijd een aparte status gehad. Men was nooit een democratisch geloof gewend geweest. Het gegeven dat de bisschop ook vaak de financiën beheerde gaf extra onderscheid.

Het eerste gebruik van het woord laïkos (massa) vind plaats rond 96 in de (eerste) brief aan de Korintiërs (40.5) door Clemens van Rome[5]. Laïkos wordt gebruikt om het ‘voetvolk’ aan te duiden in tegenstelling tot de priesters en bisschoppen. De brief ademt een eerste sfeer van verbintenis van gehoorzaamheid aan autoriteit waar de gehoorzaamheid van de Romeinse legionair als een te volgen voorbeeld wordt gesteld (in een tijd van christenvervolging).

Met de toename van van de Romanisering van de westerse kerk gedurende de tweede eeuw nam het gebruik van het begrip laïkos (laos), als hierboven bedoeld, toe tegenover de term kleros. De tweedeling in gelovigen en clerus – beiden Gods mensen – zoals we die nu kennen bestond in het begin niet maar aan het eind van de derde eeuw was het min of meer gemeengoed. Er was een christendom ontstaan met een heersende priesterklasse geleid door bisschoppen met een organisatie die sterk was beïnvloed (was gekopieerd van) door het Romeinse rijk. Latourrette (geciteerd in Vaillancourt) schrijft:

As early as the beginning of the second century a distinct cleavage had begun to appear between clergy an laity, and this in spite of the fact that in the first century every Christian was held to be a priest unto God. By the end of the second century the clergy had clearly become a separate ‘order’, that designantion having probably been derived from the designation given to Roman magistrates in a tightly stratified society.

Om verderop nog eens te stellen:

[…] increasingly the Church centered about the clergy led by the bishops and especially around the bishops. […] a priesthood developed which was regarded as the Christian counterpart of that of the ancient Jews. The development of clergy and of ranks in the clergy  may in part have been influenced by the example of the kind of officialdom which characterized the Roman empire […]

Geleidelijk verdween de inspraak en deelname van de laïkos en werden de charismatische en geestelijk leiders van de gemeenschap vervangen door upper-class mannen die hun belang haalden uit hun invloed en financiële draagkracht. De – organisatorische – bisschoppelijke en klerikale macht verlengde zich naar het domein van de leer, aanstelling van functionarissen en eigendom van onroerend goed. Het eigendom van de gemeenschap werd eigendom van de clerus. Geen persoonlijk eigendom maar het eigendom van het kerklichaam, het corpus, de corporatie.

The increase in the power of bishops and priests finally suppressed all traces of democracy and facilitated the acceptance of Christianity as the religion of the ruling class of the empire.

En Kautsky (geciteerd in Vaillancourt) :

So long as the church was a democratic organisation, it was completely opposed to the essence of the imperial despotism in the Roman Empire; but the episcopal bureaucracy, absolutely ruling and exploiting the people, was quite useful for imperial despotism. It could not be ignored; the emperor had to come to terms with it, because otherwise it threatened to grow too strong for him.

En zo bestond aan het eind van de 3e eeuw een verbond tussen kerk en imperium waarbij de heersende klassen in beiden dezelfde waren. Christendom werd de officiële ideologie van het imperium en de kerk legitimeerde de staat. De clerus kreeg grote voordelen van de staat, juridisch en financieel. De clerus hoefde niet meer te werken om te leven. De inkapseling was voltooid en vanaf dat moment begon de kerk serieus de structuur van de staat te kopiëren. Max Horkheimer stelt in Thoughts on Religion:

Christianity lost its function of expressing the ideal, to the extent that it became the bedfellow of the state.

Doordat Constantijn, met het concilie van Nicea, een impuls had gegeven aan de centralisatie van de kerk en de bisschop van Rome ‘pater patriarchum’ (vader van de patriarchen) werd, ontstond geleidelijk de situatie waar de paus het belangrijkste werd. De titel van vader, (papa) paus dus, viel hem van nature in de schoot. Met het geleidelijk wegvallen van het keizerlijk gezag nam de macht van de paus toe. Leo de Grote (440-461) en Gregorius de Grote (590-604) kregen echte wereldlijke macht en stelden het pausdom in Rome op een hoger plan. Voor de kerk is het imperium nooit echt verdwenen, alleen de machtsuitoefening wijzigde. De inkapseling wordt bij het wegvallen van het omhulsel weer zichtbaar en de tradities en politieke technieken van het Romeinse rijk blijven bewaard.

De wetenschap [6] (lokale kopie) is volop in beweging over de periode die de overgang van de laat-antieke periode naar de vroege middeleeuwen (zeg maar tot Karel de Grote) betreft, maar het is duidelijk dat na het wegvallen van de keizer, de paus de belangrijkste persoon was in Rome en dat het sociale leven in eerste instantie gewoon doorging. Er is geen abrupt einde, er is een proces. En de paus zit daar middenin: hij ontvangt de keizer van het oostelijk rijk en klaagt over de rijken die lopen te pronken (zie 6).

Het is een situatie waarin hij, de opvolger van Petrus, de primaat van de kerk, hulpbehoevend wordt. De bevolking van Rome neemt af – in 330 had Rome ongeveer een miljoen inwoners, in 800 waren dat er minder dan 100.000 – en daarmee de intrinsieke bescherming en zijn macht.

Toch overleeft de kerk en weet het instituut, door middel van slimme politiek, seculiere – leken – heersers aan zich te binden en onder controle te brengen en te houden. De kerk is een instituut geworden met de illusie van een grass-roots democratie waar de laïkos heerst, maar representeert een werkelijkheid van een keizerlijk imperium waar de klerus de scepter zwaait met de paus als spiegel van de verdwenen keizer. Als primus inter pares onder de bisschoppen vanwege de opvolging van Petrus in de plaats waar die stierf. Een primaat dat zal leiden tot een onfeilbaar absolutisme met gebruik van ongekende politieke technieken.

Het instituut bouwt megabasilieken (Santa Maria Maggiore, Sint-Jan van Lateranen …) met geld van de rijken (zie 6) . Het blijkt de blauwdruk voor de toekomst: geld van de rijken om te pronken en een klein beetje om weg te geven aan de armen. De rijken kopen zich de hemel en de armen mogen hopen.

De Technieken

Welke technieken gebruikt de kerk door de eeuwen heen om die controle (deels) te behouden op een manier, die leidt tot het afschieten van een bevolkingspolitiek van het machtigste land ter wereld?

Vaillancourt onderscheidt een aantal technieken:

  1. Ecologische macht. Gebaseerd op fysieke eigenschappen van een omgeving. Bijvoorbeeld het domineren van de leefomgeving van de leken door onroerend goed en gebouwen. Goede voorbeelden zijn de muren rond kloosters, de plaatsen van de kloosters zelf. Een veelheid en dominante aanwezigheid van kerken. Maar ook het uitplaatsen van onwelgevallige groepen buiten het Vaticaan – in plaats van verbieden van de groep – is gebruik van ecologische macht.
  2. Vergoedingsmacht. Deze macht is gebaseerd op het al dan niet vergoeden of waarderen van handelingen en/of diensten. Het mogelijk maken van het bouwen van een kerk bv zal iemand een plaatsje in de hemel op kunnen leveren. Bepaalde lekengroepen krijgen al dan niet financiële steun. Men kan dus best een activiteit beginnen die niet verboden wordt maar ook niet wordt gesteund.
  3. Dwang macht. Gebaseerd op fysiek of psychisch geweld. Dit is een vrij duidelijke vorm van machtsuitoefening. Voorbeelden zijn de brandstapels, marteling, gevangenneming, verbanning, chantage, ontslag, excommunicatie. Hoewel tegenwoordig wat minder aan de orde in het groot geeft het recente grootschalige kindermisbruik en de regelrechte mishandeling van ongehuwde moeders en verkoop van hun kinderen in de 20e eeuw aan dat het instituut nog steeds gebruik maakt van deze macht[7]. Voor een kerk die zich de absolute waarheid aanmeet in zaken van geloof en moraliteit is het gebruik van deze macht opmerkelijk.
  4. Sociale macht. Deze macht is gebaseerd op de sociale organisatie en structuren of psycho-sociale mechanismen zoals congressen, druk van peergroups, roddels, sociale uitsluiting, socialisatie, valse informatie, false flags. Conditionering is hier onderdeel van.
  5. Wettelijke macht. Juridisch gebaseerde macht van bureaucratische procedures, administratieve standaarden en manoeuvres. Een voorbeeld hiervan is de regel van geheimhouding van de zaken aangaande het secretariaat van de paus en van de afdeling publieke zaken van de kerk door de diplomaten in hun relaties met het Vaticaan op straffe van doodzonde. Een ander voorbeeld is de censuur dmv. Nihil obstat en de imprimatur. Merk op dat de juridische macht na de Franse revolutie sterk is toegenomen door de nieuwe kerkwetten van 1917 en 1983 tegelijk met een afname van het gebruik van dwang.
  6. Tradionele macht. Gebaseerd op het gebruik van traditionele symbolen, rituelen, ideeën en sentimenten. De smeden van een eenheidsgevoel door de heilige mis, het houden van een fakkelprocessie behoren hiertoe.
  7. Expert macht. Gebaseerd op professionele, technische, wetenschappelijke of puur rationele argumenten. Voorbeelden hiervan zijn de Pauselijke Academies.
  8. Charismatische macht. Voorbeeld en ethische waarheden stellen. Oproepen voor gerechtigheid, hulp aan hongerenden en meer kinderen vallen hieronder.

De punten 1,2 en 3 worden meestal gerefereerd als pure macht, de punten 4 t/m 8 zijn meer normatief en worden meer gezien als autoriteit dan als macht vanwege de grote legitimiteit die ze [lijken te] hebben. 4,5 en 6 lenen zich meer voor een manipulatieve benadering terwijl 7 en 8 meer proberen te overtuigen op het vlak van ratio, ethiek en een beroep doen op de intelligentie, vrijheid en initiatief.

Onder de charismatische macht valt ook de leeftijd van het instituut. Velen hebben respect voor het instituut juist omdat het zo oud is. Men kent waarheid toe aan die ouderdom en is minder genegen kritisch te kijken naar het doen en laten van haar leden, met name het doen en laten van de clerus. De mantel der liefde wordt dikker met de ouderdom.

Deze technieken worden zelden uitsluitend of afzonderlijk toegepast maar meestal in samenhang met elkaar of elkaar opvolgend. Het zijn deze technieken die de kerk gebruikt – en die te gebruiken zijn in de analyse van de kerk – in haar relaties met de leken, met de kerkgangers dus, om die leken te bewegen zich op een bepaalde manier te gedragen of om bepaalde dingen te doen of na te laten.

De politiek

Machtspolitiek is niet speciaal iets van de Roomse kerk. Alle landen spelen dit spel en het zorgt voor een bepaald evenwicht als men de regels van het spel kent en elkaar volgens de regels benadert. Het is de balans van de wereld.

Maar Mumfort (zie 4) laat duidelijk zien hoe de katholieken in het establishment van de VS bijdragen aan het torpederen van de bevolkingspolitiek. Hoe de katholieken zich gedragen als een mol in het regeringssysteem. Het zijn deze technieken die de landsystemen afhankelijk maken van de Roomse kerk. En het zijn deze technieken, die van de Roomse kerk een machtssysteem maakt, dat het natuurlijk evenwicht tussen seculiere landen, waar men elkaars grenzen respecteert, voortdurend verstoord werd en wordt.

De Roomse kerk heeft oorlogen geïnstigeerd, heeft ketters aangewezen en geëxecuteerd, gemoord, gestookt en levensnormen gezet die individuele levens heeft verwoest. Ze gedragen zich als een machtsinstituut zonder scrupules en het handelen van de pausen in de 19e en 20e eeuw laat zien dat er niet zo veel is veranderd.

De kerk heeft zich door de eeuwen heen steeds aangepast aan de veranderende omgeving, en de machtstechnieken hebben nog steeds succes. De invloed van Johannes Paulus II rond de val van het communisme en de destructie van de bevolkingspolitiek van de VS laat zien dat de Vaticaanse politiek en machtsgebruiken nog springlevend zijn.

Zolang het Vaticaan over grenzen heen haar wil op kan leggen zal er geen vrede zijn, zal er geen evenwicht zijn, zal er geen stabiliteit zijn.

De nieuwe paus Franciscus I lijkt een nieuwe wind te laten waaien. Maar ook dat is eerder gebeurd rond Johannes XXIII en het Vaticaan II. Johannes Paulus II werd gezien als een progressieve paus maar bleek uiteindelijk een oorlogszuchtige aartsconservatief. Het pausdom is van zichzelf aartsconservatief en progressief wordt er alleen gehandeld als het zo uit komt. Of zoals Vaillancourt opmerkt:

When the lay movement had progressive proclivities, in the early 1920’s, Pius XI stressed the principle of non-involvement in political affairs in an effort to help fascism and block socialism. But when non-involvement in political affairs by Catholic Action after World War II could have favoured the left, Pius XII reversed that policy and encouraged ‘temporal’ involvement, since it was now necessary, in order to block the left, that Catholic Action operate as a conservative pressure group. Temporal involvement was encouraged only when it was in accordance with the conservative orientation of the papacy: meanwhile, obedience to the hierarchy and the Vatican remained cornerstones of Catholic Action.

Of zoals ik het zelf schreef nav paus Leo XIII:

[…] De Kerk zal een perma­nente tegen­stander – nee, vijand – zijn van het socialisme en communisme. Het zal een continue scheefgroei naar de liberale, kapitalisti­sche en fascisti­sche kant van het po­litieke veld tot gevolg heb­ben. On­partijdig­heid is de Kerk altijd vreemd geweest. Nu is de richting werkelijk expliciet. De macht van de Kerk is indirect geworden. In ze­kere zin onder­gronds. En wordt daarmee moei­lijker te zien.  […]

De macht, die ontstond uit het Romeinse rijk en haar technieken daaraan ontleende, bestaat nog steeds. En daar zal Franciscus I niet veel aan veranderen, het instituut is intrinsiek conservatief en draagt dat uit en over.


 

[1] Merk op, dat het omgekeerde wel waar is: de VS bemoeit zich in hoge mate met de ideologie en interne politiek van haar bondgenoten. In het algemeen zijn bondgenootschappen tussen landen ook onderhevig aan machtsuitoefening. Het verschil met het  Vaticaan zit hem dan minder in de techniek als in de basis van die machtsuitoefening: het Vaticaan heeft een grenzeloze – letterlijk – machtsuitoefening, landen onderling hebben afgebakende machtsuitoefening. Tussen democratieën is die beïnvloeding en machtsuitoefening dan ook nog – theoretisch – transparant en beïnvloedbaar. Ik wil niet de indruk wekken een eenvoudig en eenduidig onderwerp te beschrijven.

[2] Papal Power – A Study of Vatican Control over Lay Catholic Elites. Guy Vaillancourt, University of California Press, Berkely ca, 1980.

[3] How the Pope Became Infallible – Pius IX and the Politics of Persuasion. August Bernhard Hasler, Doubleday & Company Inc, 1981.

[4] The Life and Death of NSSM 200 – How the Destruction of Political Will Doomed a US Population Policy. Stephen D. Mumfort, Centre for Research on Population and Security, 1996. (online edition).

[5] The Apostolic Fathers with Justin Martyr and Irenaeus. Philip Schaff, 1885 (internet editie).

[6] Liturgy and Laity in Late-Antique Rome: Problems, Sources, and Social Dynamics. Mark HUMPHRIES, Swansea, UK, in Studia Patristica LXXI, 171-186.

[7] Zonder de lijn van argumentatie te doorbreken wil ik hier wijzen op de gebeurtenissen in de 20e eeuw in Tuam en de films die naar aanleiding daarvan zijn gemaakt of er mee gerelateerd zijn.

Geef een reactie